Info: All Meat Syndrome
Veel mensen die net meer te weten komen over NRV/BARF worden angstig gemaakt met de term "all-meat-syndrome". Er is echter geen enkele NRV'er die énkel en alléén rauw vlees voert, zonder bot en orgaan. Dit begrip is "verzonnen" door de brokkenfabrikanten om mensen schrik te doen aanjagen.
Eerst en vooral: de term ‘"all-meat-syndrome" zal je in de nochtans vaak Engelstalige wetenschappelijke literatuur niet tegenkomen omdat het simpelweg geen wetenschappelijke term is. Toch bestaat het wel degelijk maar in feite gaat het om "secundaire nutritionele hyperparathyroïdie", wat zoveel wil zeggen als een over activiteit van de bijschildklier ten gevolge van verkeerde voeding. Als een dier enkel fosfor, wat overmatig aanwezig is in (orgaan)vlees) krijgt, en geen calcium (overvloedig aanwezig in bot) dan gaat de bijschildklier op dit relatieve calciumtekort reageren door meer parathormoon te gaan produceren. Dit parathormoon zal ervoor zorgen dat de calciumconcentratie in het bloed weer voldoende hoog wordt. Maar aangezien het calcium in dit geval dus niet uit de voeding kan komen, zal deze aan de eigen botten onttrokken worden. Daardoor krijg je dus botontkalking en alle gevolgen van dien.
Wat is Parathormoon precies?
Parathormoon (= paratyroïdhormoon, PTH) is een hormoon, dat samen met vitamine D en calcitonine het calciumgehalte van het lichaam reguleert. De productie van PTH, een eiwit, gebeurt in de bijschildklieren. PTH zorgt voor een verhoging van de calciumspiegel in het bloed.
Werkingsmechanisme van Parathormoon:
PTH heeft een invloed op de vorming van actief vitamine D (1?,25 dihydroxycholecalciferol) dat betrokken is bij de opname van calcium in de darm. PTH stimuleert de terugresorptie van calcium in de nieren en zet osteoclasten aan, bot af te breken en zo calcium vrij te maken dat het lichaam elders benut tijdens calciumtekorten of calciumafbrekende stoffen in de voeding of als gevolg van te weinig lichaamsbeweging of een tekort aan blootstelling aan zonlicht. Het zorgt voor een verlagen van de fosfaatspiegel in het bloed door de bevordering van de uitscheiding van fosfaat door de nieren. Hierdoor verschuift de calcium-fosfaat balans ten voordele van calcium.
Het parathormoon kan als een antagonist van calcitonine beschouwd worden, dat in tegenstelling tot het PTH de botafbraak verhindert.
Bijschildklieren:
Aan de achterkant van de schildklier liggen de vier kleine bijschildklieren. Zij controleren het calciumgehalte van het lichaam. Calcium is een onontbeerlijk mineraal, Niet alleen omdat het het belangrijkste element is voor de aanmaak van beenderen en tanden. maar ook om dat het een centrale rol speelt in de werking van spieren en zenuwcellen. Het calciumgehalte van het lichaam moet binnen bepaalde grenzen blijven om de spieren goed te laten werken. Dit wordt gereguleerd door het parathormoon van de bijschildklieren. De opname van calcium in het bloed wordt gereguleerd door vitamine D. die we krijgen door zonlicht en voedsel, en het PTH of parathormoon. Wanneer het calciumgehalte te laag is. geven de bij schildklieren een verhoogde hoeveelheid parathormoon af. dat ervoor zorgt dat de beenderen calcium afstaan aan het bloed. Is er te veel calcium in het bloed, dan wordt er minder PTH ge maakt en vermindert de calciumspiegel. De bijschildklieren zijn zo klein dat ze bijna niet te vinden zijn. De bovenste twee liggen achter de schildklier; de onderste twee, echter. kunnen in de schildklier en soms in de keel liggen.
Hyperparathyroïdie
Als de bijschildklieren te hard werken, stijgt het calciumgehalte in het bloed: hypercalciëmie.
De symptomen van hypercalciëmie zijn:
-) hevige dorst
-) frequent moeten wateren (polyurie)
-) uitgesproken vermoeidheid
-) braken
-) maagpijn
De diagnose kan worden gesteld met een bloedonderzoek.
Hyperparathyroïdie wordt gedefinieerd als een overmatige secretie van parathormoon (PTH, bloedonderzoek). Dat hormoon wordt afgescheiden door de vier bijschildklieren, die 3 tot 5 mm groot zijn en net achter de schildklier liggen. Het parathormoon houdt het calciumgehalte op peil zodat het calcium in het botweefsel goed kan worden hernieuwd.
Als te veel parathormoon wordt afgescheiden (bijv. bij een gezwel van een bijschildklier of als de 4 bijschildklieren te hard werken, zoals bij patiënten met chronische nierinsufficiëntie), treedt decalcificatie (of botontkalking) op doordat te veel calcium uit het bot wordt gehaald, waardoor het calciumgehalte in het bloed stijgt.
Hyperparathyroïdie veroorzaakt een decalcificatie (of botontkalking) en een stijging van het calciumgehalte in het bloed (hypercalciëmie). De botontkalking leidt tot vaak hevige botpijn die toeneemt bij druk. Breuken zijn mogelijk, zelfs bij een licht trauma. Hypercalciëmie veroorzaakt een dorstgevoel, polyurie (veel wateren), gewichtsverlies, lichamelijke en psychische vermoeidheid, soms depressie, misselijkheid, braken, pijn in de maagstreek door prikkeling van de maag en de alvleesklier en hoge bloeddruk (hypertensie).
Een acute hypercalciëmie kan shock veroorzaken. Het teveel aan calcium wordt door de nieren in de urine uitgescheiden, wat kan leiden tot de vorming van nierstenen en daardoor nierkolieken.
Bron
Bron: http://www.voernatuurlijk.nl/forum



3 doggies

