Intressant onderwerp, vond nog een stukje helaas weer in het duits, zal er een stukje uit vertalen.
Het woord paria stamt uit India en betekend daar "uit de kaste verstoten". De engelsen hebben deze term genomen voor honden zonder baasje.
Tegenwoordig vindt men "zuiverrassige pariahonden" alleen nog in afgelegen dorpen en nederzettingen. In Indianennederzettingen, Afrika of Indie.
Niet iedere zwerver is een paria en niet iedere paria heeft geen baas. Opmerkelijk is dat deze honden overal ongeveer hetzelfde uitzien, dit duidt erop dat mensen geen rol gespeeld hebben bij hun voortplanting.
In de regel: staande oren,kort tot stokharig,witte poten witte borst, krulstaart, Indianenhonden ook bruin en zwarte plekken. In ruwe gebieden ook langer haar en kleinere hangoren. In woestijngebieden ook windhondachtige typen.
In 1921 beschreef Antoninus vier typen:
a Dingoachtigen : roodharig en staande oren
b Herderachtigen: wolfsgrauw, kieporen (stumpfer fang staat er nog bij, weet niet presies hoe dat te vertalen)
c Windhondachtigen: mager, kortharig, geelrood of gestroomd.
d Spitsachtigen: langharig, zwart/wit , herinnert aan poolhonden.
Uit deze pariahonden zijn verschillende rashonden gefokt zoals bijv:
de Canaandog
de Carolinadog
de Korean Jindodog