J&T van H&D, bedoel je dat dit artikel onzin is?
Of wat bedoel je met de dominantietheorie is niet achterhaald, in welk opzicht houdt die theorie dan nog stand?
Hieronder het artikel
Dominantie-theorie om het gedrag van honden te verklaren is gepasseerd station
Science Daily (25 mei 2009): Nieuw onderzoek laat zien hoe het gedrag van honden al generaties lang verkeerd geïnterpreteerd wordt. Het blijkt zelfs dat het toepassen van onjuiste ideeën over het gedrag en de training van honden eerder ongewenst gedrag oplevert dan het bestrijdt. In het onderzoek wordt sterk getwijfeld aan dominantie-gerelateerde interpretaties van gedrags- en trainingsmethoden waarvan veel hondentrainers uitgaan.
In tegenstelling tot de algemeen verbreide opvatting proberen honden die agressief gedrag vertonen NIET hun roedel (honden of mensen) te domineren. Dit is vastgesteld in een onderzoek van wetenschappers verbonden aan het departement voor Dierengeneeskunde van de Universiteit van Bristol en gepubliceerd in the Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research1.
Gedurende zes maanden hebben de onderzoekers honden geobserveerd die vrij met elkaar konden optrekken in een Dogs Trust herplaatsingscentrum. Ook hebben zij de onderzoeksgegevens over wilde honden opnieuw geanalyseerd, voordat ze tot de conclusie kwamen dat honden vooral door ervaring leren hoe ze met elkaar moeten omgaan en NIET door de wens om ‘dominant’ te zijn.
Het onderzoek laat zien dat honden er niet op uit zijn hun plaats in de hiërarchie van het roedel vast te houden, zoals veel hondentrainers beweren.
De wetenschappers stellen dat trainingen die gericht zijn op ‘dominantie-vermindering’ weinig nut hebben. Sterker nog: de resultaten van dit type trainingen variëren van waardeloos tot in wezen gevaarlijke behandelingen die het gedrag alleen maar zullen verergeren.
Opdrachten aan eigenaren zoals het eten vlakbij hun hond of als eerste door een deur gaan, beïnvloeden het algemene beeld van de hond over de relatie met zijn baas niet. Het zal ze hooguit leren wat ze kunnen verwachten in dit soort situaties. Maar wat erger is: technieken zoals de hond tegen de vloer drukken, zijn kop beetpakken of hard op toeters blazen zullen de hond angstig maken, in veel gevallen ook voor hun eigenaren en kunnen leiden tot escalatie van agressie. Maar met of zonder straf: trainingsmethodes die uitgaan van de dominantie-theorie zijn psychisch zeer belastend.
Dr. Rachel Casey, professor Huisdierengedrag en Welzijn, aan de universiteit van Bristol, stelt:
“De algemene opvatting dat elke hond gedreven wordt door een of andere aangeboren wens om mensen en andere honden te controleren en domineren, is ronduit belachelijk. Deze aanname onderschat op grove wijze de complexe communicatie- en leermogelijkheden van honden. Bovendien leidt dit tot het gebruik van gehoorzaamheidsmethodes die welzijn beloven, maar in feite probleemgedrag veroorzaken.
In haar kliniek ziet dr. Casey heel vaak honden die geleerd hebben agressie te tonen om de verwachte straf te ontlopen. Hondeneigenaren zijn vaak ontdaan wanneer uitgelegd wordt dat de hond juist doodsbang voor hén is en agressie toont vanwege de aanpak waarvoor zíj hebben gekozen. Deze aanpak wordt ook nog steeds geadviseerd door gedragstherapeuten en hondentrainers die de zogenaamde dominantie-methode aanhangen.
In Dogs Trust, de grootste hondenwelzijnsorganisatie in Groot-Brittannië, wordt de staf van het herplaatsingscentrum voortdurend geconfronteerd met de resultaten van hondentrainingen die vooral gebaseerd zijn op misvattingen over dominantie. Het veterinaire hoofd, Chris Laurence, zegt hierover: “We kunnen meteen zien als een hond bij ons binnenkomt of hij een ‘dominantie-verminderingstraining’ heeft ondergaan. Deze honden kunnen heel angstig zijn en dit kan weer leiden tot agressie naar mensen.
Het is triest dat veel methodes die gebruikt worden om een hond te leren dat zijn eigenaar de leider van het roedel is contraproductief werken. Je zult op deze manier geen hond krijgen die zich beter gedraagt, maar wel een hond die zo bang is dat hij – of zijn natuurlijk gedrag heeft onderdrukt en helemaal niets meer doet – of zo agressief is dat het te gevaarlijk is om bij hem in de buurt te komen.”
1 Dominance in domestic dogs – useful construct or bad habit?
Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research, May/June 2009
De alfawolf is achterhaald
De term alfa met betrekking tot wolven (en van daaruit ook hardnekkig van toepassing verklaard op honden) bestaat al een hele tijd. Maar waar komt hij eigenlijk vandaan?
Eind jaren ’60 schreef L. David Mech zijn boek ‘The Wolf: Ecology and Behavior of an Endangered Species’, waarin hij zich onder meer baseerde op een van de – tot dan toe – belangrijkste studies naar het gedrag van wolven in gevangenschap door Rudolph Schenkel, en de term ‘alfawolf’ daaruit overnam. De meeste boeken over wolven die daarna geschreven werden, waren voor een groot deel gebaseerd op de informatie uit dit standaardwerk van Mech, en zo is de term gemeengoed geworden.
In de loop van de tijd, toen er steeds meer onderzoek naar gedrag van wolven in de vrije natuur gedaan werd, bleek hoe verkeerd de aanname van vroegere onderzoekers geweest was: deze gingen ervan uit dat een wolvenroedel werd gevormd door een aantal willekeurige individuen, die tegen de winter samenkwamen om beter op grote prooidieren te kunnen jagen. Vanuit die gedachte werden voor onderzoek naar het sociaal gedrag van wolven dieren uit verschillende dierentuinen geplukt en in een nieuwe groep bij elkaar gezet.
Wordt nu zo’n willekeurige groep kunstmatig samengesteld, dan krijg je – ongeacht om welke diersoort het gaat (hmm… Big Brother…?) – onveranderlijk een strijd om de macht en uiteindelijk een soort hiërarchie, die vaak met enige moeite in stand gehouden moet worden. Voilá de alfawolf en de onverbiddelijke rangorde.
Inmiddels zien wetenschappers een wolvenroedel al lang niet meer als een groep dieren met één absolute leider – of leidend paar – die zijn weg naar de top gevochten heeft, maar hebben ze geconstateerd dat de meeste wolvenroedels niets anders zijn dan familiegroepen die op precies dezelfde manier worden gevormd als menselijke families: een ouderpaar met nakomelingen die, wanneer ze volwassen zijn, de familie verlaten, wat rondzwerven tot ze een partner vinden en een territorium dat nog niet bezet is en met genoeg prooi, om daar hun eigen familie te stichten. Het ouderpaar heeft ten opzichte van hun jongen een vanzelfsprekende, natuurlijke leidende rol – met ‘leiden’ in de betekenis van ‘gidsen’, en niet ‘overheersen’.
Al in 1999 publiceerde Mech zijn artikel Alpha Status, Dominance, and Division of Labor in Wolf Packs, waarin hij officieel de verkeerde informatie in de wetenschappelijke literatuur corrigeerde, en in 2000 ging hij hier verder op in met een tweede artikel, Leadership in Wolf, Canis lupus, Packs. Er wordt gezegd dat het in het algemeen zo’n 20 jaar duurt vóór nieuwe wetenschappelijke inzichten volledig geaccepteerd zijn. Persoonlijk hoop ik toch echt dat het geen 10 jaar meer duurt voordat de – bekende en minder bekende – dominantietheorie-aanhangers eens ophouden met het opleggen van de ‘alfa’rol aan mensen met een hond.
Lees er meer over in het artikel What Happened to the Term Alpha Wolf? van L. David Mech in het winternummer 2008 van International Wolf Magazine.