Mee naar het buitenland
Als u uw dier (hond/kat) meeneemt naar het buitenland zijn er ook dingen die u moet regelen. Voor elk land gelden aparte regels, meestal moet het dier een rabiësvaccinatie gehad hebben (enting tegen hondsdolheid). Deze enting moet voor de meeste landen minstens 30 dagen voor vertrek gegeven zijn. Voor alle honden en katten, en in sommige gevallen ook vogels en knaagdieren is een gezondheidsverklaring nodig, getekend door een dierenarts.
U bent tegenwoordig verplicht om uw dier te laten chippen als u over de grens gaat. Maar het is sowieso verstandig om uw dier te laten chippen. Mocht uw hond of kat weglopen of zelfs gestolen worden, kunt u altijd bewijzen dat het uw huisdier is.
Als het dier mee kan, probeer dan wat vertrouwde dingen mee te nemen. Bij een hond bv zijn eigen water/voerbak en de mand.
Als uw dier een bepaald probleem heeft als suikerziekte of een allergie, is het verstandig om de patiëntgegevens bij uw dierenarts op te vragen. Deze kunt u meenemen op vakantie. Mocht er in de vakantietijd is mis gaan, kunt u laten zien wat er bij uw eigen dierenarts is gebeurd.