- De hond niet op de bank laten en niet op het bed
- Zelf als eerste door de deur naar buiten en door de deur naar binnen
- Voordat de hond eet, eet jij (een maaltijd, een snack of net doen alsof je eet kan allemaal
)
- De hond loopt niet voorop aan de riem, maar naast jou of achter jou
- De hond bepaalt niet waar je naar toe gaat met het wandelen. Als de hond links gaat, ga jij rechts
- De hond veel negeren; de hond moet op jou letten, jij niet op hem
- Jij initieert het spel en stopt het spel
- De hond komt bij jou, jij gaat niet naar de hond toe
- De hond wordt als laatste begroet. De hond komt op jouw initiatief je begroeten, dus als je hem roept
- De hond mag op bepaalde plekken in huis niet komen, bijvoorbeeld de slaapkamer of badkamer. Jij bent de baas over het 'territorium'