"
Eén Appenzeller ligt qua karakter eigenschappen niet zo gek ver van de Berner sennen toch of zit ik daar helemaal fout? "
Nou, daar zit toch wel een groot verschil tussen. De Berner sennenhond is doorgaans een zeer vriendelijke en gemoedelijke hond, tegenwoordig toch voornamelijk gefokt als prettige gezinshond. De andere sennenhonden zijn een heel pak feller en pittiger (naar zowel mensen als andere dieren); het zijn echte werkhonden en dat merk je in alles.
De Grote Zwitser is dan weer een stuk gemoedelijker dan de kleinere sennenhonden, maar toch zeker wel een wereld van verschil met de zachtaardige Berner. De Grote Zwitser is niet per se heel sportief en actief overigens, tenminste, het zijn honden die alles op hun eigen manier en tempo doen en het zijn geen types die constant in zijn voor actie. Het zijn zelfstandige werkers en daarmee niet bepaald slaafs, daar moet je wel tegen kunnen. Maar op sociaal gebied vind ik ze over het algemeen makkelijker en prettiger dan bijvoorbeeld rottweilers en veel andere molossers. Maar 'middelgroot' zijn ze bepaald niet hoor, ze zijn reusachtig! (60-70kg is geen uitzondering). Het zijn fijne waakhonden en een krachtige verschijning, maar ze vallen (gelukkig) niet onder de zogeheten 'Hoog Risico Rassen'.
https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-2/grote-zwitserse-sennenhond/
Het klopt wat je zegt dat alle honden baat hebben bij een liefdevolle maar consequente opvoeding, echter dit betekent niet voor alle honden hetzelfde. Bovendien kun je je bij bepaalde honden best een foutje veroorloven (en dat gaat geheid gebeuren als beginner), terwijl je dit bij andere types direct terugkrijgt in de vorm van ongewenst gedrag (met soms vervelende gevolgen). En iedere hond heeft een eigen, persoonlijke aanpak nodig, want geen enkele hond is hetzelfde (zelfs binnen een ras). Je eigen verwachtingen spelen natuurlijk ook een rol.
Ieder ras heeft bepaalde aangeboren eigenschappen die je er niet even 'uit kunt socialiseren/opvoeden' (zoals veel mensen wel lijken te denken). Deze eigenschappen zijn zeker iets om rekening mee te houden want hiermee krijg je nu eenmaal te maken -ongeacht hoe goed je je hond opvoedt-, en zijn juist wat het ras tot het ras maken. In veel gevallen zal de oorspronkelijke taak nog altijd (sterk) doorschemeren in de aard van de hond. Verdiep je dus altijd goed in het (voormalige) doel van het ras. Het is onrealistisch en oneerlijk naar de hond om te verwachten dat ieder ras volledig te vormen valt naar jouw wensen, of te verwachten dat je wel een uitzondering treft (bijvoorbeeld: een niet-jagende husky, een niet-drijvende border collie, een niet-vechtlustige stafford, een niet-wakende mastiff). Kortom, respecteer de aangeboren eigenschappen van het ras waarvoor je kiest, of kies voor een ander ras dat wél bij je past.
Overigens denk ik dat de Grote Zwitser best bij jullie wensen zou kunnen passen, maar houd er rekening mee dat het geen doetjes zijn en dat ze enorm laat volwassen en uitgegroeid zijn (en tot die tijd is grote voorzichtigheid met het gestel geboden). Dit laatste geldt overigens voor alle grote rassen. Evenals dat grotere rassen niet oud worden en vaker kampen met bepaalde gezondheidsklachten (o.a. heupdysplasie, wat helaas ook zeer veel voorkomt bij de Grote Zwitser). En Grote Zwitsers zijn geen honden die uitblinken in allerlei cursussen, dat vinden ze over het algemeen maar bijzonder saai.
Als het waakse aspect niet heel belangrijk is voor jullie, dan zou een labrador misschien ook een optie zijn. Die voldoen eigenlijk perfect aan jullie wensen, afgezien van het waakse aspect (hoewel in nood vrijwel alle honden voor je klaarstaan hoor, ook de allemansvrienden). Labradors zijn zeer sociaal met mens en dier, stabiel, met een grote leergierigheid en werklust, altijd in voor sport en spel, dol op zwemmen en ravotten en tot op hoge leeftijd zeer speels. Kortom hele prettige huisgenoten, en een grote zwarte reu schrikt eventuele kwaadwillenden al behoorlijk af.
Labrador retriever