
Er kunnen zich momenten voordoen waarin een gevoel van 'goed doen' zich van je meester maakt, als je een zielige hond in het vizier krijgt. Het gemakkelijkst is dan op je gevoel van het moment afgaan en een besluit nemen, omdat je er misschien al jaren over hebt gedacht om een ontspoorde hond te helpen. Het op een rijtje zetten van gedachten vooraf is een prima zaak, maar dekt nooit de gehele lading. En een zielige hond kan nogal wat lading bij zich hebben. Bij het zien van een noodlijdend dier zijn, ondanks vermeende goede voorbereiding, diepgaande vragen aan jezelf beslist niet overbodig. Zo is het ontdekken van het ras, of rassen, waaruit het dier bestaat, van groot belang in verband met de eigenschappen die het dier kan vertonen. Kan ik wel omgaan met de gedragingen die bij dit dier, of deze samenklontering van rassen in dit dier, horen? Heb ik de tijd om aan dit specifieke dier met zijn mogelijkheden/onmogelijkheden te kunnen samenwerken? Een gemiddelde hond heeft per dag 2 uur geestelijke en lichamelijk afleiding nodig. Zijn mijn mogelijkheden, kennis en liefde voor dit dier voldoende om het in goede banen te leiden? Neem ik niet te snel genoegen met: het is nu eenmaal zo, laten we ons er maar bij neerleggen? Is medelijden mijn drijfveer of wil ik dit dier werkelijk een 'beter' leven geven? Wat is dan dit 'betere' leven? Zo zijn er nog legio vragen aan jezelf te stellen voordat je een gedegen besluit kunt nemen. Een heel belangrijke factor is verder: probeer vooraf het dier zoveel mogelijk te observeren en te voelen of er eventueel een klik kan komen. Van een asieldier is natuurlijk wel het een en ander bekend, maar een persoonlijke ervaring is onontbeerlijk. Neem daarvoor rustig de tijd en laat eventueel na enkele dagen de beslissing vallen. Besef dat het zieliger is als het plan mislukt. Als daarna de teerling is geworpen, moet de bedoeling slagen.

Reageren

