Een Kennis van mij is schrijfster en schrijft soms zeer mooie of enorm grappige verhalen. Het onderstaande verhaal heeft mij geraakt en daarom wilde ik deze met jullie delen.
Mocht je na het lezen nog meer van haar willen lezen kun je dat hier doen:
https://www.facebook.com/evecreateurdetexteur?fref=nf
Floris
Ze zit op het bankje bij mijn balie, haar handen om een doos geklemd. Haar haren voor haar ogen in een poging om haar verdriet te verbergen. "Hallo, kan ik je helpen?" groet ik haar. Ze veegt een lok uit haar gezicht en kijkt op. Zucht diep. "Ik kom Floris brengen." Ze praat zacht, verslagen. Diep verdriet tekent haar gezicht, haar handen blijven de doos vasthouden en ik zie hoe haar vingertoppen wit worden van het drukken.
Ik loop om de balie en ga naast haar op de bank zitten. "Geef maar, ik zal voor Floris zorgen." Ik zie hoe ze de doos nog steviger vastpakt, en besluit het over een andere boeg te gooien.
"Wat is er gebeurd?" vraag ik.
Ilse had Floris pas een half jaar. Haar eerste pup. Voordat ze voor een pup koos had ze altijd herplaatsers uit het asiel meegenomen. Daar werkte ze vroeger; als vrijwilliger. Ze wist hoe moeilijk het voor sommige honden was om een thuis te vinden, vooral als ze een stempel "agressief" hadden, of gewoon niet zo mooi waren als de rest. Maar nu had ze al een tijdje haar eigen bedrijf, de laatste herplaatser had 2 jaar geleden het huis verlaten en het werd toch wel stil. Na een tijdje wist ze het zeker; dat hondje uit de Cesar reclame. Die was niet te groot voor haar appartement en ze kon hem overal mee naartoe nemen. Zoals de hondenclub, of een vakantie in de Ardennen. Floris dus. Ze weet nog hoe ze hem mocht ophalen bij de fokker. Nachten had ze niet geslapen, mandje gekocht, mooie riem. En een week vrij genomen zodat ze zich helemaal op zijn zindelijkheid kon richten.
Floris en Ilse. Ze gingen naar de hondenclub, maakten andere kleine vrienden en wandelden elke ochtend een stukje over de Veluwe. Dat kende Ilse nog van de wandelingen die ze met de asielhonden maakte. Daar was het mooi. Wel altijd aan de lijn, de afgelopen jaren hadden meer ochtendwandelaars haar rondje ontdekt. Sommige honden konden gezellig spelen, maar anderen wat minder.
Ik luister aandachtig naar haar verhaal terwijl er tranen op de doos druppen. Ik reik haar een zakdoekje aan. "Dank je wel", mompelt ze. Dan haalt ze diep adem en gaat verder:
Die ochtend lag er sneeuw, de bossen leken wel magisch. Floris was uitzinnig, speels. Hapte in de sneeuw en rende aan zijn lijn een stukje vooruit. Toen we een bocht omkwamen herkende ik mijn oud collega uit het asiel. Achter haar worstelde een nieuwe medewerker -of een stagiair- met een grote kruising. Alsof hij het aanvoelde schoot Floris tussen mijn benen. Op hetzelfde moment valt de vrouw -of het meisje- die met de grote kruising worstelt op de grond. Languit in de sneeuw. Ze gilde alleen nog en liet zo de hond uit haar handen schieten. Die vloog recht op Floris af, tussen mijn benen door en zette zijn tanden zonder waarschuwing in zijn buik.
Tranen doorweken de doos op haar schoot. De zorgvuldig door een klein kind getekende hartjes beginnen te vervagen. Ze snuit haar neus. "Sorry", zegt ze. "Sorry..." Ik leg mijn hand op de hare.
Ze heeft nog geprobeerd de hond van Floris af te krijgen, maar terwijl Ilse zich bovenop de kruising stort, wordt ze in haar handen gebeten. Ze houdt vast. Bovennatuurlijke liefde voor Floris maakt haar oersterk. Onder haar kleurt de sneeuw rood, het gegil van de 6 maanden oude pup gaat door merg en been. De medewerker van het asiel staat erbij en kijkt erna. Het meisje dat de hond aan de lijn hield, ligt nog steeds op de grond. Die is drukker met haar knie dan met de tragedie die zich 5 meter verder afspeelt. Met al haar kracht ramt Ilse haar vuisten op de grote hond, net zolang tot hij loslaat. Ze raapt Floris uit de sneeuw en rent weg. De oud collega weet nog net de lijn van de grote hond te grijpen.
Als ze ver genoeg van de 2 asielmedewerkers is, durft Ilse naar Floris te kijken. Zijn bloed druipt over haar handen en mouwen, op het langzaam wegstervende ritme van zijn hart, klopt het bloed uit zijn wonden. In de wirwar van bloed en ingewanden kan Ilse zijn galblaas en maag zien zitten. Ze houdt Floris stevig vast, terwijl ze weet dat het leven uit hem loopt. Letterlijk. Het enige dat ze nu nog kan doen is heel veel van hem houden.
Ze schuift de doos met trillende handen op mijn schoot en veegt met de verfrommelde zakdoek over haar rode wangen.
"Wat afschuwelijk........." zeg ik zacht. "Wat gebeurde daarna? Heb je iets gehoord?"
Ze schraapt haar keel. "Het was een kruising Stafford. Ik heb zolang in het asiel en met herplaatsers gewerkt dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen de media of een jurist in te schakelen. Wel ben ik enorm teleurgesteld in de asielmedewerkers. De hond was er al jaren, vertoonde ernstig agressief gedrag en toch kozen ze ervoor om een onervaren, 16-jarige stagiair mee te laten wandelen. Zonder breakstick en zonder muilkorf." Ik knik. En laat het verhaal even bezinken. Hoe moedig is het om dierenliefde te verkiezen boven gerechtigheid voor de dood van jouw pup?
Ze staat op. "Eigenlijk ben ik wel heel boos. Het enige dat het asiel heeft gedaan is de reputatie van de hond en zichzelf beschermen. De dierenartskosten zijn vergoed hoor, al waren ze niet meer nodig voor Floris. Maar mijn dierenarts heeft hem in ieder geval weer dichtgenaaid. Ik heb een bos bloemen gehad."
Ik sta ook op, en houd de doos met Floris stevig vast. "Wat hebben ze met de Stafford gedaan?" vraag ik. "Het enige juiste wat ze konden doen." zegt ze. "Hij is ingeslapen, maar ik voel geen gerechtigheid. Gerechtigheid zou de garantie zijn dat iedereen zich bewust is van het dier dat hij of zij aan de lijn heeft. En maatregelen neemt."
We nemen de laatste wensen door en als de formaliteiten achter de rug zijn, schud ik niet haar hand, maar omhelzen we elkaar even. "Ik zie je over 5 dagen," zeg ik. "Dan kun je zijn as ophalen." Zonder iets te zeggen loopt ze de deur uit. Haar voetstappen sterven weg over het krakende grind.
In het mortuarium open ik de doos. Alle overleden dieren gaan in speciale plastic bakken, die label ik en rijd ik in de koeling. Daar ligt Floris. Zijn lichaam is afschuwelijk toegetakeld. In mijn werk heb ik vreselijk mishandelde, aangereden of verwaarloosde dieren gezien. Maar de jonge pup, zijn buik alleen nog maar hechtingen aan elkaar en zijn hoofd los van zijn romp, breekt mijn hart. Ik loop naar zolder en haal een kleine fleecedeken waar ik zijn lichaam inwikkel. De roos in de doos leg ik bij hem in zijn plastic bak. Met krijt schrijf ik zijn naam op de bak.
De koeling slaat aan als ik de zware deur open. Met lood in mijn schoenen til ik de bak op. De koeling is leeg op een grote bak na. Er staat geen naam op, wel de naam van het asiel waar de hond vandaan komt. Het is de grote kruising, het bloed van Floris zit nog om zijn bek. Anoniem en gestorven omdat mensen hun verantwoordelijkheid weigerden te nemen. Wat een ironie dat uitgerekend deze 2 honden nu hier het voorportaal van hun laatste rustplaats vinden. Ik schakel het licht uit en sluit de deur.


Reageren













