Giftige planten.
Vergifting bij huisdieren door het eten van giftige planten komt hele jaar door voor. De meeste volwassen honden hebben een natuurlijke weerstand voor bepaalde planten en bedenken zich wel 2x voordat zij zich wagen aan een hapje. Vaak omdat giftige planten bitter van smaak zijn. Maar pups zijn onderzoekend en nieuwsgierig en vergissen zich wel eens uit speelsheid. Om zoveel mogelijk risico’s te vermijden kunnen de giftige kamerplanten het beste verwijdert worden uit huis of hoger gezet. Maar ook onder de tuinplanten zijn giftige planten en bloemen.
De meest voorkomende zijn:
Narcissenfamilie: Narcis, sneeuwklokje, amaryllis. Symptomen: heftige krampen, maagontsteking.
Nachtschadefamilie: rauwe aardappel, tomatenplant, petunia, lampionplant. Symptomen: maag/darmontsteking, lusteloosheid, slikproblemen, coma.
Aronskelkfamilie: diffenbachia, aronskelk, slangewortel. Symptomen: ademshalingsmoeilijkheden, slikproblemen, geïrriteerde slijmvliezen.
Leliefamilie: hyacint, lelie, tulp, lelie van dalen. Symptomen: hevige maag/darmkrampen.
Wolfsmelkachtige: kerstster, buxus, wonderboom, gatenplant, christusdoorn (het sap is erg giftig) Symptomen: hevig braken, diarree, coma en zelfs de dood.
Maar ook de: Oleander, rodondendron, gouden regen, maretak, hortensia, boterbloem, anjer, vingerhoedskruid, lupine, klim-op, Akelei, Taxus en veel andere naaldbomen. Ook plantenmest is giftig.
Bij het vermoeden dat de hond een gifitige plant heeft gegeten ga dan naar de dierenarts.