Ik stap uit de trein, vermoeid van een lange dag school. Ik pak mijn fiets en fiets tegen de wind in. Hij snijdt in mijn gezicht, en de regen klettert tegen mijn gezicht aan. Ik trap stevig door.
Eenmaal thuis aangekomen ben ik doorweekt, chagrijnig en kan even niets hebben. Ik zet m'n fiets weg en loop achterom. Ik doe het hekje open en sluit hem netjes achter mij.
Ik kijk naar de deur en zie daar een klein wit voorhoofdje en twee donker bruine ogen op mij gericht. Hoe dichter bij ik kom, hoe harder zijn achter lichaam begint te swingen. Ik steek mijn sleutel in het slot en open de deur. Hij dendert naar buiten en knalt daarna met een noodvaart tegen me aan. Hij is wanhopig op zoek naar een voorwerp wat hij in zijn bek kan stoppen.
Ja, hij heeft wat gevonden. Terwijl hij een kreunend geluid maakt krioelt hij om me heen. Zijn achterlichaam zou nog eens van zijn romp kunnen schudden... Het gejoel wordt harder en harder, gevolgd door gepiep en af en toe een binnenmonds blafje... Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht.
Ik ga op zoek naar een handdoek en droog mijn haar af, mijn gezicht... Nog voor ik mijn uitgelopen make up weg kan vegen is mijn handdoek met geweld uit mijn hand gerukt. Kwispelend en joelend rent hij er mee weg, als een kind zo blij. Het lijkt wel alsof hij een bigsmile op zijn gezicht heeft staan. Ik leg me er bij neer, en ga geen achtervolging inzetten.
Ik loop naar de kamer, plof op de bank neer en begin te zappen.. Niks leuks op TV....
Ik hoor vanuit de gang een aanzettende galop, gevolgd door glijdende nagels over het hout. En voor ik er erg in heb *PLOF*. Ik ben bedolven onder een wit, levende deken. Hij gaat lang uit liggen en kijkt me met zijn diep bruine ogen aan... Alsof hij wil zeggen: "Baasje, ik wil je echt niet pesten hoor".
Hij kruipt stevig tegen me aan en slaakt een diepe zucht. "Gelukkig, ze is weer thuis".
We sluiten beide onze ogen en vertrekken richting dromeland.
Zulke momenten maken mijn dag zo mooi. 



Reageren

















