DIT ZEGT DE DIERENTOLK
18 september 2009
Hij twijfelt over waar hij thuis hoort, ik start het contact met : Chester is een hond, hij hoort bij X en woont in O. En ik krijg meteen een onzeker gevoel terug, het lijkt erop alsof hij niet meer weet waar hij hoort. Het kan zijn dat er thuis gesproken is over een verandering van omgeving, een mogelijke verhuizing of iemand in de omgeving die gaat verhuizen, of is verhuisd, dat kan een impact hebben op hoe hij nu denkt.
Ik zie water een redelijk ruim meer, met zand aan de rand, het stuk wat ik te zien krijg is niet het strand, maar het is een zandpad met tractorsporen erin afgedrukt. Verder grasland, beetje verdroogd, met paarden, ik zie een erg licht paard met veel wit en wat bruin, dat grasland sluit aan op bosgebied. In dat gebied is ook bebouwing, er staan wat huizen, en is ruim opgezet, het kan dus ook een park zijn met bomen. Maar heeft ook iets van een zwembad gezien, blauw, klein bad in een tuin.
Hij weet het allemaal niet zo meer. Hij voelt op zich goed, is smerig zegt hij, dat water is prettig, ik heb niet het idee dat hij honger heeft.
Ik zie ook weer die masten, maar niet van die hoge metalen elektriciteitsmasten maar lagere palen met draad eraan, het dus lijken wel stroomdraden met aftakkingen. Bij de huizen zijn tuinen, ook laat hij opritten zien, tuinen deels netjes afgezet, liggen langs een smal weggetje bestraat met stenen, er staan auto’s geparkeerd, ik zie een busje. Het is er rustig.
Op de een of andere manier scharrelt hij zijn kostje wel op. Hij heeft zijn vaste snaaiadresjes denk ik, er is ook een boerderij in de buurt van die paarden en het bos blijft in zicht. Het is erg lastig te onderscheiden waar hij nu precies is, ik krijg al deze beelden door elkaar te zien.
Hij houdt zich soms ook schuil achter een klein huisje van steen, schuurtje mogelijk of een elektriciteitshuisje.
Die eerder omschrijving van de boerderij met de oprijlaan langs het bos op krijg ik ook weer zien. Ziet een fietspad met fietsers. In de buurt is recreatie of iets van een camping. Bij dat water is wel een strandachtig stuk maar aan die kant is hij niet geweest.
Hij is niet bang. Hij mist zijn maatje wel een beetje, de steun die zo vanzelfsprekend was is weg, hij kan zich redden, maar die steun zou hij soms wel kunnen gebruiken.
Er is een donkere stal die aan een kant open is, loopt wat rond, zeskantig zeg maar, een kant is zo in te lopen en open. De andere kant is beschut, het hoort bij die paarden.
ER ligt een hele grote lichte steen bij een oprit, echt een opvallend grote steen, verder is de oprit netjes bestraat en aan de zijkant ligt wat grint. En naast de oprit is een rand met ik denk rozen, in ieder geval planten en daarnaast is gras. In dat gras staat iets, dat zou een vogelhuisjes kunnen zijn, zo’n vogelding met hokjes bovenin, zo’n klein tilletje zeg maar, groen met wit en een teer dakje.
Ik heb jeuk aan mijn rechteroog.
Ik zie hem ook ergens heel tevreden op de grond liggen, hopelijk is dit een toekomstbeeld. Nog een keer tegen hem gezegd dat ie zich moet laten zien, zodat men hem opmerkt den dat hij terug kan naar huis, dat niemand boos op hem is alleen maar blij als hij weer veilig thuis is.