Yuna
Ik hoor geritsel uit de struiken, ik schrik wakker en kijk om mij heen.
Plots springt Yepa uit de struiken, ik kijk naar haar en zeg dan: "He Yeep, wat is er? Je ziet er zo 'bleekjes' uit."
Yepa schudt haar hoofd, ik kijk haar met een vragend kopje aan.
"Vertel het nou gewoon." zeg ik terwijl ik op mijn zij ga liggen.
"Ik zag daarnet een troep leeuwen met nog wat beesten." zegt Yepa dan zacht.
"Leeuwen? Oh, dat maar!" zeg ik op een moedige toon.
"Die kunnen je wel opeten, he!" zegt Yepa iets wat geschrokken.
"Relax, sister! Het lukt ons wel!" zeg ik dan, ik ga terug normaal liggen.
Plots hoor ik terug iets uit de struiken, ik kijk richting de struik, er komt een Antilopenjong uit de struiken.
Het jong loopt richting mij en verstopt zich achter mij.
"Wat is er?" vraag ik wat bezorgd als ik richting het jong kijk.
"De leeuwen zitten achter mij aan." fluistert het jong dan.
"Blijf maar bij ons, bij ons ben je veilig." zeg ik iets wat relaxt.
Plots hoor ik allerlei gebrul en springen er verschillende leeuwen uit de struiken.
Ik spring op en kijk ernaar.
"Rennen!" roep ik zo hard ik kan en draai mij om en begin te rennen.
Yepa rent al voor mij uit en het jong loopt naast haar.
Ik probeer wat achter mij te kijken en zie verschillende leeuwen en leeuwinnen achter mij lopen.
Plots zie ik een heel groot meer, een ander dan daarnet.
'Leeuwen kunnen niet zwemmen!' bedenk ik mij dan.
Ik ren richting het meer, spring in het water en zwem zo snel als ik kan naar het midden.
Als ik bij het midden aankom, kijk ik naar de leeuwen en leeuwinnen, die allemaal aan de rand van het meer staan.
Ik zwem wat verder en ergens, ongeveer in het midden, is een grote boomstam, ik kruip erop en ga erop liggen.
Vanaf daaruit houd ik de leeuwen en leeuwinnen in het oog.