Achterpootje om hoog doen, limp (beetje hinkelen met een pootje van de grond, alsof ze gewond is aan dat pootje), op je zij, in de box (in een grote doos gaan staan, de doos/box/bak steeds kleiner maken), pedaalemmer omhoog doen en vuiilnis in de pedaalemmer doen, deur open en dicht maken, keukenkastje of koelkast openen en dichtdoen, speeltjes opruimen in een bak, weave (voor- en achteruit), rondjes om een paaltje draaien of om een paaltje/voorwerp heen lopen, buiging, zwaaien, verlegen/schaam je/stinky (pootje over de neus), verdrietig (neus op schoot), los, vast, target (iets aanraken met neus of poot), etc etc.
Op You Tube kun je heeeeeeeeeeeeel veel filmpjes vinden waarin wordt uitgelegd hoe je deze trucjes in stapjes kunt aanleren
.