Wat doet een mens met een energieke hond? Zo’n hond die in het bos in alle beken springt, en de takken erin van de verdrinkingsdood redt. Die boomstronken opgraaft, en er verwoed aan sleurt. En die proppen in zijn oren krijgt, indien niet voldaan aan zijn bewegingsbehoefte.
Zal ik hem op een loopband zetten, hoogste tempo en hellingsgraad instellen, knopje induwen, en hupsakee? Zelf ernaast gaan zitten, voetjes omhoog, tijdschrift op schoot, drankje binnen handbereik?
Hem voor een extra (vierde!) wandeling meegeven met de uitlaatservice? En me met een boek op de bank nestelen?
Of schaf ik me een quad aan, en laat hem erachter aan hollen? Ondergetekende onderwijl genietend van het uitzicht, en zwaaiend naar voorbijgangers?
Dat had ik allemaal kunnen doen. Maar nee, het leek me leuker om datgene aan te moedigen wat hij uit zichzelf al doet: de grootste takken in het hele bos zoeken, en er vervolgens mee aan het slepen gaan. Hoe groter de takken, hoe meer zijtakken, hoe meer ik juich en prijs. “Maak je maar lekker moe”, denk ik binnenin.
En moedig hem nog wat extra aan door het ene uiteinde vast te grijpen, en gezellig met hem mee te slepen. Met in mijn hoofd fijne herinneringen aan Caedlih en haar zusje, dol op samen zeulen. En in mijn armen de sensatie van spieren die nu pas ervaren hoe zwaar die takken zijn. Als kers op de taart, voegt Doby er nog een trekspelletje aan toe.
Wanneer ik al lang te moe ben, met spieren slap van de inspanning, worden er nog steeds takken voor mijn voeten gegooid. Dit was niet de bedoeling.
Apporteren dan maar. In zo hoog mogelijk gras, om er zo veel mogelijk energie uit te persen. Maar hoe beloon ik hem? Hij houdt niet van knuffelen, en ik niet van koekjes. Een trekspelletje dan maar. Na 5 apportten, en even zovele trekspelletjes, houd ik het voor bekeken. Met spieren die trillen, en een zwoegende borstkas.
Doby is ook moe, dat gelukkig wel. Alleen jammer dat ik geen pap meer kan zeggen.
Vandaag gaan we fietsen. Aan zijn hoge kangoeroesprongen zie ik dat hij het een schitterend idee vindt. Hij grijpt zijn leiband vast, en besluit me, nog steeds onder het uitvoeren van een serie kangoeroesprongen, voort te trekken. Even duikt de gedachte in me op dat dit wel makkelijk zou zijn: fijn achteruitzitten, en hem al het werk laten doen. Helaas lijkt het me ook saai. En doemen er meteen röntgenfoto’s voor mijn geestesoog op: versleten gewrichten (van hem) en gebroken botten (van mij). “Kalm, Doby”, temper ik zijn enthousiasme. Het werkt. Even.
hij gaat steeds sneller lopen, en zet, mij vooruit trekkend, een galopje in. Weer duikt dezelfde verleidelijke gedachte op. Meteen gevolgd door dezelfde doemscenario’s. “Kalm, Doby”, dus nog maar eens.
We komen bij een smal pad tussen akkers en weiden. Goed opgewarmd, en een zachte ondergrond: hij mag los. Slenteren, snuffelen, sprinten: het is allemaal toegestaan. Zachte ondergrond. Drassig ook. En modderig. Ik moet uitkijken dat ik niet uitglijd. En trap en trap om vooruit te raken. Wat is dit drassig! Wat is dit zwaar! Ik duw en duw, en puf en zucht. Het lijkt wel alsof er iemand achteraan mijn fiets trekt, zo drassig is het!
Dan gooi ik een blik achterom. En zie een hond die vol plezier en uit alle macht aan mijn fietstas sleurt.
Wederom ben ik de enige die zich thuis laat neerploffen in de zetel. Diegene die moe had moeten zijn, duikt linea recta in zijn speelgoed.
En toch… doen we het morgen opnieuw. Samen zeulen met halve bomen, touwtrekken, en fietsen. Ik zal weer vermoeider zijn dan mijn hond, en dat is niet de bedoeling. Maar we maken veel plezier. En straks heb ik een conditie om “u” tegen te zeggen. Ook niet slecht, toch?
Ik hoop dat jullie genoten hebben van mijn verhaal, en lees graag jullie eigen ervaringen. Groetjes!



3 doggies










en toch spierpijn.... Misschien van de eerste paar honderd meter. We hadden de auto geparkeerd en liepen naar de start achter het veerooster. Man met step, ik met honden. Volgende keer andersom.. 



