Duo-melee van Lise en Willy

26 reacties

Griffylover

9 augustus 2012, 00:10

Fokker Mathijs Theunissen fokt Herdershonden. Dit jaar krijgen Lola en Peppito een nestje. De vier pups groeien als kool en dan komt het moment dat de nieuwe baasjes zich komen voorstellen. Zullen alle pups goed terecht komen en uitgroeien tot gelukkige honden?

De rollenlijst:
Willy > Fokker THIJS THEUNISSEN
Lise > Dierenarts KATO KATTENS

Lise > Vader van de pups PEPPITO
Willy > Moeder van de pups LOLA

COMBINATIE 1
Lise > Speelse pup reu NIKE
Willy > Moeder van een arm gezin PAULIEN PEREBOOM

COMBINATIE 2
Willy > Wilde pup = reutje STORM
Lise > Rijke vrijgezelle vrouw MARIE - HÉLÈNE MEULENAERS

COMBINATIE 3
Lise > Ondeugende pup teef PENNY
Willy > Oudere man BORIS BOLLEBUIK

COMBINATIE 4
Willy > Lieve pup MISSY
Lise > slechte hondenbaas = HERMAN HOOGLANDS

Griffylover schreef het onderwerp

9 augustus 2012, 12:43

HOOFDSTUK 1 HET NESTJE VAN LOLA EN PEPPITO

Griffylover schreef het onderwerp

10 augustus 2012, 21:15

Fokker Thijs Theunissen

“Dit is dierenkliniek Kattens. Al onze medewerkers zijn in gesprek. Een moment geduld alstublieft.”
Met een zucht laat ik me tegen de rugleuning van mijn bureaustoel zakken. Terwijl ik op mijn beurt wacht, luister ik naar Tom Jones’ Pussycat, pussycat, I love you!
“Dierenkliniek Kattens, goede middag, met wie spreek ik?”
“Hallo mevrouw de dierenarts, Theunissen hier,” antwoord ik nog vrolijk om het liedje.
“Hoi Thijs, vertel eens, waar kan ik je mee helpen?”
“De pups van Lola zijn 8 weken oud. Ik wil ze graag nog even laten onderzoeken voor hun nieuwe baasjes komen kennismaken. Heb je nog een gaatje in je agenda om ze vandaag te zien?”
“Momentje Thijs….”
Op de achtergrond hoor ik getokkel op het toetsenbord, een ander telefoongesprek en de zware blaf van de hond van één van de assistentes.
“Thijs? Als het jou ook uitkomt, kun je om vier uur langskomen met je pups.”
“Prima, doe ik. Tot straks!”
Lola komt aangelopen en kijkt met een schuine kop vragend aan.
“Straks neem ik je kinders even mee naar de dierenarts, moedertje. Vertel jij ze alvast dat ze braaf moeten zijn?”
Ik streel haar rug als ik naar buiten loop om de auto gereed te maken.

Om kwart voor vier leg ik de loopplank aan de bumper en zet ik de kofferbakbench open. In mijn kantoortje steek ik de paspoorten van Lola’s pups in de zakken van mijn bodywarmer.
“Lola! Peppito!”
Uit de weide komen zes honden aangerend. Pappa Peppito voorop, Storm er vlak achteraan, Penny en Nike buitelen spelend over elkaar heen en Missy en Lola sluiten de rij.
“Zit!”
Lola en Peppito gehoorzamen meteen. Missy, gevoelig hondje als ze is, doet haar moeder na, Penny ploft languit in het zand, Nike duikt meteen bovenop haar en Storm daagt zijn vader uit door aan zijn staart te trekken. Ik doe de pups een halsband aan en breng ze één voor één aan een riempje naar de kofferbakbench.
“Kom Penny, laat eens zien wat je kunt!”
Huppelend neemt ze de oploopplank. Als zij in de bench zit staat Nike onderaan te kwispelen. Eenmaal herenigt, spelen de twee gewoon verder. Storm hangt nog altijd aan de staart van zijn vader. Peppito heeft er echter genoeg van en maakt dat duidelijk door een grauw naar zijn zoon. Een beetje onder de indruk drukt Storm zich tegen de grond. Het juiste ogenblik voor mij om zijn aandacht te vragen.
“Storm, kom jongen.”
Hopend dat ik met hem wil spelen staat de wildebras op en springt mij bijna omver. Storm staat in een mum van tijd bij de bench en kijkt me aan of ie wil zeggen: “Joh! Waar blijf je nou?!”
Nu het rondom de plank rustig is, is Missy aan de beurt. Ze kent de plank en het kunstje, maar snuffelt eerst eens om te zien of het allemaal wel klopt. Voorzichtig, pootje voor pootje, zoekt ze haar broers en zusje op.
“Goed op ons huis passen. Wij zijn met een uurtje terug,” zeg ik tegen mijn volwassen herdershonden. “Ja, allemaal, hoor!” stel ik Lola gerust.

Een kwartiertje later parkeer ik bij de dierenkliniek. Kato zag ons aankomen, denk ik, ze komt al naar buiten. We begroeten elkaar hartelijk met een stevige handdruk en een vriendschappelijke omhelzing. Tja, we kennen elkaar al zo lang.
Ik neem de vier riempjes van mijn nek en maak de kofferbak open.
“Woef!” begroet Storm Kato, zijn nieuwe uitdaging.
Penny en Nike hebben het te druk met spelen en Missy kijkt in een hoekje de kat uit de boom.
“Kijk eens hoe ze gegroeid zijn!”
Kato en ik nemen elk twee pups mee naar de kliniek.
"Jullie hebben wel heel toepasselijke muziek uitgekozen voor jullie telefoon. Dierenkliniek Kattens en dan hoor je 'pussycat, pussycat..."
doe ik Tom Jones na.
"Nou dat was dan heel toevallig, maar eigenlijk wel een leuk idee..." mijmert Kato.
"Ik help je wel met kattenliedjes verzamelen," bied ik aan, "Ken je 'Cats have claws!" van Whitesnake?"
Ze schudt haar hoofd.
We zijn bij de kliniek en gaan naar binnen. Storm voorop, Nike en Penny rug aan rug en Missy niest zodra het kliniekluchtje haar neus bereikt.

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

gewijzigd 16 augustus 2012, 17:04 3 doggies

Dierenarts KATO KATTENS

Ik had in mijn praktijk een kleine box staan. Ik zette de pups daarin en nam Storm mee naar de onderzoektafel. Thijs volgde.
'Heb je nog iets opgemerkt aan Storm?' vroeg ik Thijs.
'Nee, niets eigenlijk. Waarom?' vroeg hij bezorgd.
'Omdat ik net zie dat hij een wondje aan zijn kussentje heeft.'
'Oh, maar Stormpje, dat is een wildebras hoor! Komt vast door onze kat.'
Ik behandel het wondje en onderzoek Storm verder.
'Zo, deze flinke jongen is klaar!', zei ik.
Ik gaf Storm een koekje dat hij smakelijk opat.
'Thijs, zet jij Storm even in de Box? Je mag nu Nike meebrengen,' vroeg ik hem.
Thijs nam Nike uit de box en gaf hem aan mij. Ik keek hem grondig na.
'Ook deze jongen is verder helemaal gezond!', zei ik blij.
Thijs lachte ook en gaf Nike een knuffel. Thijs zette Nike in de box en Penny vloog onmiddelijk weer op hem.
'Ze spelen wel wild he?' vroeg ik Thijs.
Hij lachte eens en haalde Missy uit de box.
'Oew, deze is precies wel wat magertjes he?' zei ik.
'Ze wordt nogal moeilijk aanvaard door haar broertjes en zusje. Elke dag geef ik haar een apart bakje brokjes om wat te verdikken, maar die helpen niet echt...'
'Ik geef u deze brokken mee, Thijs. Missy moet elke ochtend en avond een handjevol van deze brokken eten,' zei ik terwijl ik een zak brokken liet zien.
Ik zette Missy weg en haalde nu Penny eruit.
'Hé, deze heeft een tandje tekort? Waarschijnlijk zal ze daar nooit een tandje krijgen, maar daarom is ze niet minder lief,' zei ik.
Ik kreeg een likje van Penny. Ik zette haar bij haar broertjes en zusjes zodat Thijs en ik nog het een en ander konden bespreken.
'De paspoortjes, zijn die al in orde? Dan zet ik hun prikjes van vorige keer er nog even bij.'

-- reactie gewijzigd door Willy & Brando & Sharey+ op 12 augustus om 23:22 --

-- reactie gewijzigd door Willy & Brando & Sharey+ op 16 augustus om 17:04 --

Griffylover schreef het onderwerp

12 augustus 2012, 23:19

Moederhond Lola

Naast de auto van de baas kijk ik toe hoe mijn pups in de auto klimmen. Als mijn kleinste aan de beurt is geef ik haar een bemoedigend zetje met mijn neus. Baas belooft dat hij ze alle vier veilig terugbrengt.
Als de auto wegrijdt, sjok ik naar het buitenhok en plof daar neer.
"Ik doe even een dutje want ik ben moe.”
Peppito loopt met me mee en geeft me gelijk. Voor hij de ren verlaat snuffelt hij even liefkozend aan mijn oor. Hij neemt het waken voor zijn rekening.

“Woef!”
Ik schrik wakker.
“Baas is bijna thuis, ik hoor hem al aankomen!” blaft Peppito.
Met een zucht open ik mijn ogen en rek me eens goed uit.
“Wil jij de oudste pups een poosje bezighouden? Mijn tepels doen zeer van hun tandjes, ze mogen niet meer bij me drinken vandaag,” zeg ik een beetje knorrig.
Mijn maatje belooft zijn best te doen en rent naar het hek waar de baas uit zijn auto stapt. Voor hij de pups loslaat, ga ik het huis binnen om een rustig plekje te zoeken. Vandaag kan ik niet zo goed tegen de wilde spelletjes van Storm en het gestoei van Penny en Nike. Van Missy heb ik geen last, zij voelt precies aan waar ze wel of niet gewenst is.
De deur naar boven zit jammer genoeg dicht. Waar vind ik dan een plekje om verder te slapen? Ik hoor mijn pups blaffen, nou ja drie van hen dan. Snel druk ik mijn neus tussen de bank en de muur en wurm me ertussen. Zodra het gangetje breed genoeg is laat ik me languit op de koele vloer zakken.
Met mijn ogen dicht luister ik naar Peppito die ons kroost uitnodigt voor een spelletje. Langzaam vertrek ik naar dromenland. In de verte hoor ik nog ergens pootjes over de vloer tippelen en voel ik een natte neus aan mijn achterpoten snuffelen zodat ze koud worden. Daarna worden ze warm. Missy ligt er bovenop. Met een gelukzalig gevoel val ik in slaap.

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

12 augustus 2012, 23:30 3 doggies

Vaderhond Peppito

Mijn maatje Lola is binnen een koel plekje gaan opzoeken. Nu de pups ouder worden krijgen ze scherpere tandjes en nu doen Lola's tepels pijn. Ons baasje verzorgt haar goed nu. Ondertussen speel ik met Nike, Penny en Storm. Storm hangt in mijn staart en Nike en Penny proberen in mijn oren te happen. Missy is heerlijk gaan dutten bij mama. Ze is zo ontzettend kwetsbaar! Om haar maak ik me de meeste zorgen. Niet dat ze ziek is ofzo, maar gewoon, ze is anders. Het is ook een echte lieverd, die alles meteen aanvoeld en zich aan de situatie aanpast. Ik hoop dat ze een goed baasje krijgt die haar zal begrijpen en helpen waar nodig en haar niet afstraft wanneer ze uit schrik plast op de grond.

Als baas ons naarbinnen roept voor het eten, hebben de pups geen zin om naar binnen te komen. Storm zit van de zon te genieten en Penny en Nike ravotten in de kleine schelp met water. Lola was nog steeds niet komen eten volgens baasje. Ik liep naar haar en Missy toe en gaf hen een duw met mijn poot om hen naar het eten te leiden. Missy moest haar speciale eten opeten, zodat ze weer wat dikker wordt.

Griffylover schreef het onderwerp

14 augustus 2012, 00:21

Storm

Trappelend van ongeduld sta ik voor het hekje van de autobench. Het bezoekje aan de dierenarts heeft weer veel te lang geduurd. Zodra baas de deur opent spring ik uit de auto. In de verte zie ik mijn bal liggen en stuif erop af. Met mijn tanden er stevig ingezet ren ik ermee naar het veld en speel daar tot ik moe ben.
Om uit te rusten zoek ik een rustig plekje in de zon. Ik doe mijn oogjes dicht en geniet van de warmte.
Als de baas ons roept heb ik helemaal nog geen zin om naar binnen te gaan en blijf lekker waar ik ben net: buiten. Net als mijn broertje en zusje. Als binnen de etensbakken rammelen laat ik me zelfs nog lekker op mijn buik zakken. Heerlijk languit in het gras.
Maar dan… klinkt er een grom. Ik doe een oog open. Oei! Dat is papa! Hij kijkt boos!
“Wraf! Wroef! En nu naar binnen allemaal. Etenstijd! Anders eet ik jullie bakken leeg!”
Ik rek me uit en tippel dan onder de indruk van papa’s strenge blik naar de bijkeuken waar onze bakken op een rijtje staan. Mmmm! Lekkere stukken vlees! Smakkend werk ik ze in een mum van tijd naar binnen.
Als mijn bak leeg is, geef ik Nike een kontje. Daar had hij niet op gerekend en hij valt tegen Penny aan. Maar voor ik mijn neus in zijn bak kan steken, hapt hij in mijn oor en springt hij bovenop mij.
“Wra-wraf! Blijf van mijn eten af, broer!”
Ik taai af. Met mijn allerliefste blik vertel ik baas dat ik nog veel meer lust. Helaas snapt hij niet wat ik bedoel en ga ik sip naar mijn bak zitten kijken. Als zelfs dat niets oplevert, sla ik met mijn poot op de rand waardoor de bak luid rinkelend door de bijkeuken tolt. Om de chaos helemaal compleet te maken spring ik er blaffend achteraan.
Ineens pakt iemand mij in mijn nekvel.
“Genoeg herrie gemaakt, Storm,” zegt baas kalm doch streng. “Nu ga je even uitrusten.”
Hij laat een lekker koekje zien en zegt dat ik in mijn bench moet gaan. Hongerig spring ik om hem heen.
“Maar je krijgt het pas als je erin gaat.”
Baas knielt bij mijn hok en wacht met zijn hand dichtgevouwen. Hoe ik ook wroet om het te bemachtigen, hij laat het niet los. Tot slot kies ik eieren voor mijn geld en stap mijn bench in.
“Goed zo, Storm!” jubelt baas en geeft eindelijk het koekje.
Mijn buik is eigenlijk toch wel vol en ik krijg slaap. Ik rol me op en kijk met één oog hoe de anderen nog staan te eten.

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

14 augustus 2012, 16:34 3 doggies

Nike

Gnagna! Storm moet in zijn bench omdat hij te druk is. Ik kijk hem uitdagend aan terwijl ik mijn brokjes opeet. Als mijn brokjes op zijn ren ik naar mijn balletje. Heel uitdagend speel ik voor Storm's bench.
'He, he Storm! Kijk eens, ik zit lekker niet in mijn bench!', zei ik hem.
'Wacht jij maar af Nike! Als baas dit ziet moet jij ook je bench in!', antwoordde hij.


En ja hoor, Storm had gelijk. Baas zag het.

'Nike! Daag je broer niet uit! Dat is stout van je!', zei hij een beetje boos.
Hij nam mijn balletje af en zette me in een kleine ruimte. Een ren noemt hij dit. Papa komt met gefronste wenkbrauwen op me af gelopen.
'Nike, waarom pest jij Storm? Door je eigen fout zit jij nu óok opgesloten en kan je niet meer spelen.', zei hij.
Ik keek erg onschuldig naar hem. Pap liep weg en Storm kwam naar me toe.
'He Nike! Baas heeft me weer uit de bench gelaten! Nu kan ík weer spelen! Jij moest maar lief doen tegen mij. Eigen schuld!', zei hij met een grijns.
Grrr...broertje he....
Na ongeveer 5 minuten, die een eeuwigheid duurden voor mij, liet baas mij uit de ren.
Ik zag mama en Missy nergens.
'Paaaaaaaaaap? Waar zijn mama en Missy?', vroeg ik.
Ook papa gaf geen antwoord. Nu viel het me op dat ook Penny en Storm ineens weg waren.
'Aoeoeoeoeoeoeoeeoeoeoeoeoeow!', huilde ik.

Griffylover schreef het onderwerp

15 augustus 2012, 23:43

Missy

Plotseling voel ik een poot op mijn rug en schrik ik wakker uit mijn dutje bovenop mama’s achterpoten.
“Kom Missy, je eten staat klaar,” zegt papa tegen mij en duwt mij met zijn neus richting de bijkeuken. Terwijl ik me uitschud maakt papa mama wakker. Ze kijkt even op maar blijft liggen.
“Ik kom straks wel, als jullie klaar zijn,” zegt ze zacht en legt haar kop weer neer.
Dan huppel ik achter papa aan naar de etensbakken. Even ruiken…. Hmmm, ja dit lust ik denk ik wel. Eén voor één smak ik de stukjes vlees naar binnen. Papa kijkt tevreden toe. Plotseling schrik ik van een hoop herrie. Ik zet het op een lopen en durf halverwege de keuken pas om het hoekje te kijken wat er aan de hand is. Storm is klaar met eten en dan begint hij altijd te klieren. Dit keer met zijn lege bak en die maakt me dan toch een herrie! Baas blijft gelukkig altijd in de buurt en grijpt in. Eerst zet hij Storm in zijn bench en even later Nike.
Nu het even rustig is eet ik snel mijn bak leeg en trippel daarna snel terug naar mama.
“Is de bijkeuken leeg?” vraagt ze.
“Bijna,” antwoord ik, “Nike zit nog in zijn hok.
Mama rekt zich uit en krabbelt overeind. Ik stap opzij als ze achterstevoren het smalle gangetje achter de bank uitkomt.
“Ga jij er maar liggen,” zegt ze, “nu is het nog lekker warm.”
Mama sjokt naar de bijkeuken en ik ga languit op haar plekje liggen.
“Hmmm, het ruikt naar mama, zo is het net alsof ze bij me is.”

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

15 augustus 2012, 23:59 3 doggies

Penny

Soms heb ik echt het gevoel dat ik het enige teefje ben. Nike heeft Storm. Ik zou normaal gezien Missy moeten hebben, maar zij blijft altijd dicht bij mama zodat ik nooit met haar kan spelen.
Ik ga haar uitdagen voor een spelletje!
'Kom nou mee spelen, Missy!', zei ik.
'Nee, ik lig hier heerlijk warm, dankje.', antwoordde ze.
'Jij wil nooit met mij spelen! Het enige wat jij wil is bij mama zijn! Ik wil ook wel eens een keertje met je spelen!', zei ik verdrietig.
Missy stond toch op en daagde me uit voor een spelletje. Mam en pap keken trots naar Missy.
Missy en ik hadden echt grote lol.
'Spelen is eigenlijk veel leuker dan slapen bij mama!', zei Missy blij!
Ik knikte instemmend en we bleven nog wat spelen.

Griffylover schreef het onderwerp

16 augustus 2012, 22:29

Fokker Thijs Theunissen

Als alle honden hebben gegeten, ruim ik de bakken op en maak ze schoon. Lola zoekt een koel plekje op in de bijkeuken. Ik ga bij haar zitten en aai haar over haar flank. Ze weet dat dit een momentje voor haar alleen is en laat zich heerlijk vertroetelen en verzorgen.
“Zo dame, genoeg geknuffeld voor vandaag,” zeg ik terwijl ik opsta.
Ik zet koffie en neem een beker mee naar het terras, waar ik op een gemakkelijke stoel neerplof.
Met een grote glimlach op mijn gezicht kijk ik naar mijn roedel. Wat een heerlijk stel is het toch.
Terwijl ze allemaal hun bezigheden hebben (Peppito en Lola knauwen ieder op een groot bot, Storm graaft een gat, Nike probeert een vlinder te vangen, Penny speelt met een doos en Missy staat met aandacht naar Storm te kijken) laat ik de afgelopen weken de revue passeren. Wat vonden de pups het spannend om voor het eerst mee te gaan met de bakfiets. De speciale bench die ik een paar jaar geleden voor die ritten heb gemaakt doet nog steeds dienst. De pups groeien zo hard dat ze er nog maar amper inpassen. Ja, met die bakfiets gaan we overal naar toe. Ik zie ze nog rondsnuffelen in het bos en rennen over de hei. Na het bezoek aan de stad waren ze allemaal doodmoe van alle indrukken. Laatst gingen Pepitto en Lola mee naar het bos. De trotse reu liep links naast de bakfiets en hun moeder rechts. Wandelaars gingen eerbiedig aan de kant en gaven ons applaus. Ja… mijn herdershonden zijn mijn alles.
Opeens trekken vrolijke blafjes mijn aandacht en zoek ik rechtop in mijn stoel waar ze vandaan komen. Het volgende moment racen Penny en Missy om de hoek, nemen ze het terras met de tuinmeubels als hindernisbaan om het volgende moment stoeiend door het gras van de speelwei te rollen.
“Hè?! Zie ik dat goed?” mompel ik verbaasd.
Ik wrijf mijn ogen uit en zie mijn kleine gevoelige teefje spelen zoals ik haar nog niet eerder heb zien doen. Zo te zien heeft ze de smaak te pakken. Het is duidelijk dat Penny de leiding heeft. Dat kleine deugnietje heeft zoveel plezier in het leven dat ze Missy er mogelijk mee heeft aangestoken. Vertederd blijf ik naar hen kijken tot ze moe in het gras ploffen en ter plekke in slaap vallen.
Ik laat me terugzakken tegen de rugleuning en pak mijn beker van tafel.
“Bluh! Kouwe koffie!”
Met een vies gezicht sta ik op en haal warme. Even later strijk ik opnieuw neer op het terras en overdenk mijn plannen voor het weekend. Het wordt mooi weer, zeggen de weermannen en -vrouwen.
Er is nog één plekje dat ik nog graag met mijn snelgroeiende hondenkroost wil bezoeken voor ze naar nieuwe baasjes gaan. De zee. In gedachte zie ik ze al door het zand springen en in de golven happen.
Ik vermoed echter dat ik in mijn eentje handen te kort kom om al die kleine avonturiers te begeleiden bij dat uitstapje. Er is wel iemand die ik zou willen uitnodigen om mee te gaan, maar durf ik haar dat te vragen? Wikkend en wegend drink ik de warme koffie op waarna ik abrupt opsta en naar mijn kantoortje loop. Hoewel ik vaak genoeg het nummer van Kato draai, is dit de eerste keer dat ik haar een vraag ga stellen die niet enkel in het belang van mijn honden is. Dit keer heeft hun baasje zin in haar gezelschap. Met een bijna trillende hand pak ik de hoorn van de haak.
“Goeden avond, met Kato Kattens spreekt u!” klinkt haar stem vol zelfvertrouwen.
“Hallo Kato, met Thijs Theunissen,” zeg ik zo kalm mogelijk terwijl de zenuwen door mijn keel gieren.
“Thijs! Is er iets mis met de pups?!” vraagt ze meteen bezorgd.
“Nee, nee, met hen is alles prima. Ik heb zelfs iets heel bijzonders gezien vanavond.”
“Je maakt me nieuwsgierig, vertel, vertel!”
“Penny heeft Missy aan het spelen gekregen en ze hadden me dan toch een lol samen!”
“Aaaah… wat fijn….,” reageert Kato vertederd.
“Maar eh…ik bel je eigenlijk…voor iets anders. Als je de komende dagen geen weekenddienst hebt… zou je het dan leuk vinden… om met mijn hele familie viervoeters naar de zee te gaan?”

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

16 augustus 2012, 22:48 3 doggies

Dierenarts Kato Kattens

'Maar natuurlijk, Thijs! Ik zie het helemaal zitten!', riep ik blij door de telefoon.
Aan de andere kant van de lijn hoorde ik een opgeluchte zucht.
'Ik eh....bel je nog wel!', zei Thijs en hij drukte de hoorn af.
Wat was die zenuwachtig zeg!
Thuis aangekomen trek ik mijn jas en schoenen uit, spring in mijn sloefen en loop naar mijn tuinhuisje. Daar staat mijn couveuse die ik uit de dierenpraktijk heb meegenomen voor een gevonden katje.
Past wel mooi he? Ik, Kato Kattens, heb een klein katje gevonden! Het is een klein katertje met verscheidene vlekjes die uiteenlopen op sommige plaatsen.
Ik gaf hem de naam; Marley. Als hij later groot is zou hij nog steeds bij mij wonen want ik ben dol op katten. Ik pak Marley uit zijn warme hokje en geef hem een papje.
'Zozo, niet te gulzig, hoor!', zei ik.
Nadat ik Marley weer had teruggelegd liep ik naar de woonkamer. Mijn cavia Fran zat lekker aan haar worteltje te knabbelen in haar kooi. Ik nam haar op schoot en plofte neer in de zetel. Ik zette de tv op en genoot van Fran.

Griffylover schreef het onderwerp

17 augustus 2012, 23:38

Moederhond Lola

Ik lig nog steeds in de wei op mijn bot te kluiven, als ik plots vreemde kreten uit het huis horen komen.
“Joehoe!!! Yes!!!”
Ik spits mijn oren en spring overeind, maar blijf bij mijn bot.
“Ze doet het jongens! Kato gaat met ons mee!” roept baas zodra hij buiten is.
“Woe?!” zeg ik verbaasd met mijn kop schuin. “Wat is er met baas aan de hand?”
Peppito kijkt op van zijn bot, werpt een blik naar het terras en antwoordt: “Zeker de zotte vijf minuten…”
Als het verder rustig blijft ga ik weer zitten.
Een eindje bij ons vandaan liggen Penny en Missy om elkaar heen gekruld te slapen. Ik ben zo blij dat mijn kleinste pup zo lekker gespeeld heeft. Het was heerlijk om haar te zien rennen en springen zoals de anderen dat doen. Als we straks naar binnen gaan zal ik mijn meisjes allebei eens flink wassen.

“Lola! Peppito! Storm! Penny! Nike! Missy! Kom! Allemaal naar binnen!” roept de baas.
Snel graaf ik een kuil om mijn bot erin te verstoppen, maar voor het gat groot genoeg is gaat Storm ermee vandoor. In een paar grote sprongen ben ik bij hem.
“Wroef! Laat los, kleine deugniet!” blaf ik in zijn oor.
Mijn grootste pup schrikt en laat zich, met nog altijd het bot in zijn bek, plat op de grond vallen. Met mijn neus rol ik hem om.
“Durf jij wel?! Het bot van je moeder pikken?!” zeg ik quasi boos.
Storm laat het bot uit zijn bek glijden en doet alsof hij een heel klein pupje is dat nog niets begrijpt van rangorde.
“Ja, ja… Daar trap ik niet in. Luister naar de baas en hup naar binnen!”
Als Storm op zijn poten staat duw ik hem met mijn neus richting de baas, waarna ik snel mijn bot ga begraven.
Even later stap ik als laatste naar binnen. Baas heeft de deur naar de woonkeuken opengezet. Daar staan een paar grote manden en een bak met speelgoed. Ik roep de teefjes bij me en lik ze beide helemaal schoon. Penny vindt het fijn als ik in haar oortjes kriebel en Missy kraait het uit van plezier als ik dat met haar buikje doe.
Baas loopt steeds heen en weer naar een grote tas. Ik ruik dat er brokjes voorbij komen, hoor de zak met koekjes ritselen en ten slotte hangt de baas onze riemen over een stoel. Met mijn kop schuin vraag ik baas wat er gaat gebeuren.
“Morgen, Lola, morgen gaan we iets spannends doen. We gaan met z’n allen naar de zee. En Kato gaat met ons mee.”
Even is het stil, maar dan buldert hij van het lachen: “En dat rijmt nog ook!”
Niet begrijpend houd ik mijn kop schuin de andere kant op. Baas denkt even na en loopt de woonkamer in. Eenmaal terug houdt hij iets voor mijn neus.
“Ruik maar. Je weet vast nog wel waar dit vandaan komt.”
Ik snuffel aan het ronde, holle ding. Het ruikt naar… naar… zand! En… water dat anders smaakt dan dat in onze bak! Ineens moet ik denken aan een heel grote plas water met wilde golven.
“Wroef! Ik weet het baas! Ik weet waar we naar toe gaan!”
“Niet verklappen aan de anderen, hè?!” lacht baas.
Na zijn biertje roept hij ons één voor één bij zich, voor de dagelijkse borstelbeurt in de bijkeuken. Ondertussen kletst hij tegen ons, krijgen we een koekje en daarna is het benchtijd. Als we allemaal een lekker plekje hebben gemaakt van onze dekens doet baas het licht uit en wordt het stil in huis.
’s Nachts droom ik van een hele wei vol huppelende en springende pups, allemaal Penny’s en Missy’s…

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

20 augustus 2012, 18:52 3 doggies

Vaderhond Peppito

'GOEIEMORGEN!', klonk het door het hele huis. Met mijn slaperige ogen keek ik onze baas aan.
'Peppito, vandaag gaan we naar....zee!', riep hij enthousiast.
'Wroef wraf!', blafte ik vrolijk.
Baas nam alle riempjes van de pups en legde ze al klaar op de keukentafel.
Snel stak hij een botherham in zijn mond.
'Kom hier pups, riem tijd!', zei hij.
Vier kleine bollen wol kwamen huppelend op ons af.
'Zo, iedereen zit vast? We vertrekken!', zei hij.
Baas zette de pups in de koffer en Lola en ik liepen over de loopplank in de koffer.
Hij ging nog even wat valiezen pakken en dan stapte hij in.
'Eerst gaan we nog even naar Kato, zij gaat ook mee!', zei hij.
Ik zag zijn ogen twinkelen.
'Pssst, pups.', fluisterde ik.
'Ik denk dat baas verliefd is op onze dierenarts, maar niets zeggen he!', zei ik.
De pups lachten.
De motor startte en we vertrokken, richting zee...

Griffylover schreef het onderwerp

22 augustus 2012, 00:31

Pup Storm

Papa en mama zitten samen in de grote helft van de kofferbakbench en wij met z'n viertjes in het puppygedeelte. Zo doet de baas dat altijd als we met z’n allen op stap gaan.
Zolang de auto rijdt is het allemaal zoals we het kennen, beetje heen en weer wiegen en in een scherpe bocht vallen we soms om. Op dat vertrouwde ritme spelen en stoeien we met elkaar alsof we gewoon thuis op de speelweide zijn.
Plotseling stopt de auto en worden we allemaal stil. Papa en mama staan op en kijken nieuwsgierig door de achterruit naar buiten.
“Woef! Wat zien jullie? Wat gaat baas doen?” vraag ik.
Mama smoest iets in papa’s oor, waarna hij haar blij verrast aankijkt.
“Mama, vertel nou! Waarom is papa zo blij?” dring ik aan.
“Dat is een verrassing voor jullie,” zegt ze en gaat zitten.
Dan slaan er twee autoportieren dicht. Nike, Penny, Missy en ik kijken elkaar aan. Wie zou er bij de baas zijn ingestapt? Om de beurt springen we zo hoog als we kunnen, maar de kofferbakbench is niet hoog genoeg om door het raampje in de tussenwand te kunnen kijken.
Ik word kwaad als het me niet lukt en ga demonstratief sip liggen kijken. Even maakt dat indruk op mijn broer en zusjes, maar niet lang. Nike springt boven op me, hapt in mijn oor en blaft er daarna hard in: “Kom op joh! Spelen!!!!”
De rest van de reis vermaken we ons opperbest.

Pas als papa en mama rechtop gaan zitten en hun neus in de lucht steken, kijken we nieuwsgierig op. Onze kopjes lijken uit een kluwen pootjes en staarten te steken. Het kost wat worstelen voor we allemaal op onze pootjes staan en hen nadoen.
Snuf…snuffel…snuf-snuf… Het ruikt hier heel anders dan bij ons!
“Waf! Wat ruik ik?”
“Waf! Dat is de zee,” antwoordt mama.
“Wraf! Wat is dat? Kun je dat eten?” vraagt Penny die altijd honger lijkt te hebben.
“Oef! Is dat eng?” klinkt het benepen stemmetje van Missy.
“Dat zullen jullie straks wel zien,” lacht papa die staat te trappelen van ongeduld. “Je hoeft niet bang te zijn, meisje, we zijn er toch allemaal bij?!” stelt hij haar gerust.
Ineens hobbelt de auto heen en weer en botsen we allemaal tegen elkaar op. Vaak vind ik dat Missy maar zeurt, maar nu wordt ze af en toe bijna geplet door ons als baas een bocht neemt. Onze blikken kruisen elkaar en plotseling voel ik me haar grote broer die haar te hulp moet schieten. Ik dring me tussen haar en de tralies in zodat die haar geen pijn meer kunnen doen. Met dankbare oogjes likt ze over mijn snuit.
“Sorry jongens!” roept de baas van achter het stuur. “We zijn er bijna!”
Als de auto eindelijk remt en het gegrom van de motor stopt, zuchten we allemaal van opluchting. We schudden ons allemaal uit om alle scheve haren recht te leggen en onze gebotste lijfjes te ontspannen.
Baas opent de achterdeur en legt de plank klaar waarover we in en uit de auto gaan. Papa en mama mogen eerst naar buiten, daarna wij. Ik, stoerste hond van het nest, sta vooraan en doe mijn naam eer aan als ik over de plank naar beneden race.
“Woef! Woef!” begroet ik de baas en spring om hem heen.
“Storm, rustig! Ik moet je broer en zusjes nog helpen!” spreekt baas streng.
Hij geeft mijn riem aan papa die hem stevig in zijn bek houdt. Hij kijkt al net zo streng als baas, dus ga ik maar netjes naast hem zitten. Als laatste komen de tassen uit de auto.
“Zo, jongens. Dan is het nu tijd voor de eerste verrassing,” zegt baas handenwrijvend. “Kom maar!” roept hij naar de voorkant van de auto.
De bijrijderdeur gaat open en wie komt daar naar buiten? Onze vriendin van de prikjes en de lekkere koekjes!!! Ik spring naar voren, waardoor de riem uit papa’s bek glipt en ren met mijn broertje en zusjes op Kato af. Luid blaffend huppelen en dansen we om haar heen, zodat ze geen voet kan verzetten.
“Dat wordt voorlopig nog geen wandeling, Thijs!” verontschuldigt ze zich lachend.
Ik hap in een mouw en trek haar naar beneden. Kato gaat op de grond zitten en stoeit een poosje met ons. Baas kijkt toe met een grote glimlach op zijn gezicht.

“Nu is het genoeg jongens! Zit!” buldert baas boven ons geblaf uit en helpt Kato op de been. “Kom, we gaan naar de tweede verrassing.”
Hij doet ons, pups, aan de riem en geeft die van Missy en Penny aan Kato. Missy schrikt en kijkt om naar mij. Ik begrijp wat ze bedoelt en trek me los uit baas' handen. Ik trek Missy’s riem uit die van Kato en neem haar mee naar baas.
“Kijk nou toch!” roept baas verbaasd uit. “Storm, de koene ridder!”
Kato neemt Nike over en daar gaan we dan. Tussen auto’s door steeds dichter naar die vreemde geur en naar dat rare ruisende geluid. Er loopt een rilling over mijn rug. Ook ik vind het spannend. Wat gaan we vandaag beleven?

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

22 augustus 2012, 21:01 3 doggies

Nike

Ik was blij dat onze vriendin van de prikjes en de koekjes mij aan de riep hield.
Ik gedraagde me extra keurig en blafte niet naar een andere hond.
'Zozo Nike, wat ben je een rustige pup vandaag!', zei baas verrast.
De geur van zout kriebelde in mijn neusje.
'Hatsjie'
Baasje en vriendin lachten.
'We zijn er bijna, lieverds!', zij onze vriendin.
Nu kon ik al in de verte een héél grote zandbak zien.
'Gnagna, kan ik lekker grote gaten in graven!', zei ik tegen mezelf.
Nu konden we achter de grote zandbak een plasje water zien.
Maar hé, die plas water is eigenlijk zo klein niet. Hij is REUZE groot!
'Mammie...moet ik daar echt in?', vroeg ik een beetje bang.
'Nee hoor, bangerik. Papa, Storm, Missy, Penny en ik gaan daar lekker in spelen samen met baas en Kato. Maar jij mag lekker aan de kant blijven zitten hoor.', zei ze uitdagend.
'Natuurlijk ga ik ook mee!', riep ik enthousiast.
'Oke jongens, we zijn er!', riep baas vrolijk.
Hij bond onze riemen vast aan een stoel en legde wat dekens neer.
Storm was al in zijn riep aan het happen en Missy en Penny waren aan het lachen.
Ik keek naar pappie.
'Pappie, waarom mag jij wel los en wij niet?', vroeg ik.

Griffylover schreef het onderwerp

23 augustus 2012, 23:48

Missy

“Maak je riem niet kapot!” foetert baas. “Los!”
Onze grote broer Storm laat met tegenzin zijn riem los. Papa gaat bij hem zitten.
‘Eventjes geduld hoor! Ik maak een picknickplekje en dan gaan we naar de zee,” zegt baas.
Terwijl ik toekijk, voel ik hoe mijn pootjes en kontje wegzakken in het zand dat hier veel dieper is dan bij ons in de speelweide! Het is lekker warm en veel zachter. Ik ga liggen en tijger een stukje vooruit. Dan sta ik weer op. Met mijn voorpootjes aai ik over het warme zand. Zo ontstaat een kuiltje. Ik heb het zo naar mijn zin dat ik er allemaal murmelgeluidjes en zachte blafjes bij maak. Ik stap in het kuiltje en ga erin liggen. Hè, wat jammer! Ik pas er niet in! Ik rol op mijn zij en krabbel met mijn pootjes langs de rand van de kuil. Het zand vliegt over de rand en even later pas ik er helemaal in. Ik rol me op mijn rug en laat de zon lekker op mijn buik schijnen. Van genot gaan mijn oogjes dicht.
“Woef! Lig je lekker, Missy?” hoor ik plotseling.
Ik schrik, maar mama zegt dat ik mag blijven liggen tot we vertrekken. Papa komt ook kijken.
“Waf! Voor mij mag je er ook zo eentje graven,” zegt hij.
Ik krabbel uit mijn kuil en spring tegen papa op. “Samen papa, samen een kuil maken!”
Tegenover elkaar beginnen we te graven. Het zand vliegt alle kanten op. Storm komt meehelpen en Nike ook. Penny die met een bal speelt, kijkt verbaasd op en komt met de bal in haar bek dichterbij kijken.
”Kom Penny, dit is leuk!” roep ik naar mijn zusje en doe haar voor hoe het moet.
Als ze haar bal laat vallen rolt deze de kuil in. Penny duikt er achteraan en daagt daar iedereen met een ondeugende blik uit. Storm springt er als eerste op af en dan kan Nike niet achterblijven natuurlijk.
Blaffend en grommend buitelen ze door de kuil. Ik doe een stapje achteruit.
“Ga jij niet mee stoeien?” vraagt papa.
Ik kijk verlegen naar hem op en zet nog een stapje achteruit.
“Onze kleine Missy houdt niet van zulke wilde spelletjes, Peppito, dat weet je toch?” neemt mama het voor mij op.
“En met Penny liep ze wel...”
“Toen waren we saampjes, papa,” blaf ik zacht.
Plotseling klinkt de stem van baas boven alles uit.
“Jongens, opletten! We gaan naar de zee!”

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

29 augustus 2012, 00:40

Penny

'Jongens, opletten! We gaan naar de zee!', riep baas vrolijk.
Zee? Wat is zee? Is dat misschien zoals zeep? Dat glibberige ding misschien?
Nee hoor, het is een grote plas water!
Vrolijk huppelde ik ernaartoe.
'Penny! Kom terug!', riep baas.
Ik luisterde niet.
Ik jaagde de golven achterna en rende ervan weg als ze mij achternajaagden.
Baas moest lachen.
Hij stapte de zee in samen met mama en papa.
Ik en mijn broertjes en zusje bleven verbaasd staan.
'Koooooom puppies! Kom naar baas!', riep baasje.
We keken hem met zijn vieren met een schuine kop aan.
'Komop clowns, kom met me mee!', zei nu onze vriendin van de prikjes.
Zij zwom voor ons naar baas toe.
Storm probeerde haar te volgen, maar bleef staan tot het water aan zijn buik kwam.
Nike en ik gingen mee met Storm, maar Missy bleef jankend staan.
'Kom maar Missy, niets om bang voor te zijn!', zei ik haar geruststellend.
Pap kwam naar ons toezwemmen.
We klommen op zijn rug en hij zwom naar baas.
Nu stond Missy daar alleen.
Arme, arme Missy, dacht ik bij mezelf.
'Missy! Ik kom je halen als je tot aan je buik in het water gaat!', zei pap.
Moedig stapte Missy tot aan de plek.
'Hoera voor Missy!', riep iedereen in koor!

Griffylover schreef het onderwerp

1 september 2012, 22:42

Fokker Thijs Theunissen

Als ook Missy eindelijk heeft gezwommen, gaan we met z'n allen terug naar ons picknickplekje. De honden krijgen een paar bakken vers water en wat lekkers en moeten daarna een poos rusten. Kato en ik leggen hen allemaal aan een eigen pen, zodat we even later aan alle kanten worden omringd door hijgende en slapende honden, groot en klein.
“Hè, hè, eventjes rust, Kato,” zucht ik met een grote glimlach omdat ik zo van deze dag geniet.
Ik haal de picknickmand dichterbij en haal er twee bekers uit.
“Wat lust jij? Koffie of fris?”
“Doe maar koffie,” antwoordt Kato.
Ze komt naast me zitten en neemt haar beker aan. Stilletjes genieten we van zowel de koffie als van het uitzicht. Een strand met hier en daar wat mensen achter windschermen zonnend op handdoeken, maar vooral wandelaars met spelende, rennende en zwemmende honden en daarachter een donkergroene Noordzee met ruisende golven. Een groep grote meeuwen vliegt krijsend over ons hoofd. Eén van hen heeft iets eetbaars gevonden waar ook de anderen hun oog op hadden laten vallen maar… duidelijk te laat. We volgen de vechtende vogels tot ze achter de duinen verdwijnen.
De koffie is op: tijd voor een broodje. Ik hoop dat Kato genoegen neemt met huis-tuin en keukenbolletjes met geitenkaas en simpele worst. De entourage moet ze er maar bij denken.
Als ze haar lunch aanpakt raken onze handen elkaar, wat mij kriebels in mijn buik bezorgt. Kato zet gretig haar tanden in het brood en zegt halverwege dat het haar goed smaakt.
Kauwend en rondkijkend probeer ik onopvallend zo vaak mogelijk een glimp van haar gezicht en haar wapperende haren op te vangen. Ik vind haar een mooie vrouw. En leuk. Heel leuk zelfs. En lief ook, zeker voor dieren. Zou ze voor mij ook lief zijn als... Onopvallend slaak ik een zucht. Het is lang geleden dat ik een meisje heb gehad, dat was in de tijd dat ik nog een jonge knaap was. Toen durfde ik een meisje gewoon om verkering te vragen, maar hoe doe je dat als je een volwassen vent bent die al jaren meer met honden dan met vrouwen omgaat?! Onbewust trek ik vertwijfeld mijn gezicht in een frons en krabbel ik achter mijn oren.
“Wat is er?” vraagt Kato. “Maak je je zorgen over de honden?”
Ze zit schuin tegenover mij op haar knieën en kijkt me bezorgd aan. Ik schrik op uit mijn overpeinzingen en merk dat ik begin te blozen.
“Nee, nee, met de honden gaat alles naar wens. Ik was gewoon even diep in gedachten. Niets ernstigs,” stel ik haar gerust. “Dat niet, maar wel bloedserieus!” denk ik er stilletjes achteraan.
Ik schenk de bekers nog eens vol met koffie en vertel dat in de week die voor ons ligt de mensen die zich voor een pup hadden opgegeven komen kennis maken.
“Dat is altijd spannend, ja,” beaamt Kato. “Op zulke momenten moet je niet alleen je honden goed kennen, maar nog meer over mensenkennis beschikken, want je wilt er zeker van zijn dat je pups goed terecht komen, hè.”
“Daarom nodig ik hen ook één voor één uit, zo kan ik voor iedereen de tijd nemen. Maandag komt er een jonge vrouw, dinsdag een gezin, woensdag een man die een autosloperij heeft en donderdag een ouder echtpaar. Pas als zij geen pup naar hun zin kunnen vinden, neem ik contact op met de andere mensen op de wachtlijst.”
“Wanneer kom je de pups laten chippen?”
“Wanneer ik weet op welke naam ze moeten komen te staan.”
Kato knikt goedkeurend en veegt een wapperende lok haar uit haar gezicht. De zon prikt in haar ogen, waardoor ze weer naast me komt zitten. Na het onderwerp ‘chips voor de pups’ raakt Kato op haar praatstoel over haar dierenartspraktijk. Vol passie vertelt ze over haar belevenissen van afgelopen week. Ja, die vrouw maakt heel wat mee: interessante combinaties van dieren en hun baasjes, diagnoses van onschuldige maar ook ernstige ziekten, het verwelkomen van jonge dieren, het afscheid nemen van zieke en oude huisgenootjes en nog veel meer. Soms worden we samen stil na een verhaal, soms gieren we het uit van de lach. Na een tijdje zitten we heel dicht bij elkaar en voel ik de warmte van haar lichaam tegen mijn arm. In een moment van overmoed pak ik een hand van haar en bedank haar voor alles wat ze tot nu toe voor mijn pups heeft gedaan.
“Als ik aankomende week niet zeker ben van iemand… Ik bedoel: als ik iemand niet helemaal een pup durf toe te vertrouwen… Wil jij die persoon dan ook eens komen… besnuffelen?” vraag ik half lachend om mijn woordkeus, maar verder ernstig.
“Wat kan ik een man met puppyogen die zo’n vraag stelt nou weigeren?!” antwoordt Kato hoofdschuddend maar met een knipoog.

Even later is het met de rust gedaan, de herderfamilie wordt wakker. Peppito springt op en daagt luid blaffend een hond uit die verderop met een bal speelt die op die van hem lijkt. Lola wil naar haar kleinste pup toe en trekt bijna haar pen uit het zand. Storm ligt met zijn kop op zijn pootjes te wachten op de eerste de beste kans om er vandoor te gaan. De riemen van Penny en Nike zitten in een mum van tijd in de knoop omdat ze beginnen te stoeien en Missy trekt piepend aan haar riem omdat ze naar haar moeder wil.
“Call of duty,” zeg ik met een knik naar de honden.
We staan op, pakken de picknickmand in en laten de honden nog een poos genieten van zon, zee en strand.
Pas als er mist ontstaat, pakken we ons boeltje op en verlaten het strand. In de duinen rusten we nog even uit, waarna we moe en voldaan naar de auto sjokken. Onderweg pakt Kato de tas met hondenspullen van me over en steekt ze spontaan een arm door die van mij. Met onstuimig kloppend hart kijk ik haar, waarschijnlijk verliefder dan mijn bedoeling is, aan. Ik krijg een heel lieve stralende glimlach terug.

Griffylover schreef het onderwerp

1 september 2012, 22:46

HOOFDSTUK 2 DE KENNISMAKING MET DE NIEUWE BAASJES

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

2 september 2012, 00:10

Kato

Met een blij gevoel vertrokken we weer, richting huis. De hele herderfamilie was in een diepe slaap. Ik hield Thijs in het oog. Thijs keek fronsend naar het verkeer.
'Potjandorie! Kijk uit je ogen!', riep hij. Ik schrok wakker uit mijn gedachten.
'Sorry, Kato...', zei hij lachend. We lachten aan een stuk door.
Toen we bij mijn thuis aankwamen, bedankte Thijs me nog voor de leuke dag.
'Tot ziens!', riepen we in koor.
Ik zwaaide Thijs nog na en liep dan naar de voordeur.
Ik graaide in mijn handtas naar mijn sleutel en opende de deur. Meteen kwam mijn katje Marley kopjes geven.
'Hoi Lieverdje! Alles goed?', vroeg ik hem.
De telefoon ging.
'Hoi Kato, ik ben het, Thijs.'.
'Hoi Thijs! Het was echt een fijne dag vandaag!', zei ik vrolijk.
'Ja he? Waarvoor ik bel, morgen komt de eerst pupkoper naar me toe. Zou je er dan al willen bijzijn? Jij bent een vrouw, en je kan situaties beter inschatten!'.
'Natuurlijk Thijs! Ik ben er dan!',.
'Wat fijn dat ik altijd op je kan rekenen!', zei hij lief.
'Ach Thijs, je maakt me verlegen!'. Ik voelde mijn wangen rood worden. Ik legde de telefoon neer en ging zuchtend in de zetel zitten.
'Pff Marley, het is niet makkelijk om je gevoelens te verzwijgen!', zei ik tegen mijn katje.

Ik duwde een bevroren pizza in de oven. Toen die klaar was plofte ik weer in de zetel en zette de televisie op.
Terwijl ik mijn pizza opat, keek ik naar Crufts.
Toen ik het al laat begon te vinden, kroop ik lekker in mijn bedje. Ik moest er morgen fris uitzien zodat de koper geen verkeerd beeld krijgt.

Opeens hoorde ik getrippel op de gang.
'Marley, kom dan!', zei ik.
Marley sprong op bed en kroop lekker dicht tegen me aan.
Tevreden viel ik in slaap.

Griffylover schreef het onderwerp

4 september 2012, 22:35

Fokker Thijs Theunissen

Vanmorgen ging het nog wel, maar vanmiddag kreeg ik ze weer: de bezorgde vader-kriebels. Zo noem ik gekscherend de zenuwen die ik krijg als de mensen van de wachtlijst komen kennismaken en een pup uitkiezen. Wat was ik blij dat ik die zaagklus op mijn werk op tijd klaar had, kon ik tenminste vroeg naar huis. De stamppot die gisteren zo lekker was, leek vanavond nergens naar te smaken.
“Thijs, Thijs toch…” spreek ik mezelf in de badkamerspiegel hoofdschuddend toe. “Waar ben je nou toch zo bang voor?”
Scherend en aftershave deppend denk ik na over de vraag waarvan ik het antwoord heel goed weet. Je stopt al je liefde en zorg in een gezonde start van je pups en dan komt het moment dat je ze los moet gaan laten. De eerste keer, enkele jaren geleden, viel me dat zwaar, dit keer lijkt het niet minder moeilijk te worden.
“Thijs, jongen, ze zijn er nog een paar weken, dus nu nog niet lopen treuren,” wijs ik mezelf terecht.
Als ik nette kleren heb aangetrokken fatsoeneer ik mijn haren. Vanavond wil ik er piekfijn uitzien, want ik krijg maar liefst twee dames over de vloer. Eentje die mogelijk verliefd zal worden op één van mijn pups en eentje van wie ik hoop dat ze haar oog op mij zal laten vallen. Bij die laatste gedachte maak ik een wenkbrauwwiebel en voel ik de vlinders in mijn buik ontwaken. Zo… kraag recht, snor netjes, lekker geurtje erbij… Tevreden over mijn spiegelbeeld doe ik het licht uit.
In de keuken zet ik een pot koffie en vul ik een schaal met koekjes. Uit mijn kantoortje haal ik een lijst waarop ik straks aantekeningen maak over de toekomstige baasjes van mijn kleine doerakken.
“Hoe heet die mevrouw van vanavond ook al weer?” mompel ik terwijl mijn wijsvinger over het agendablad strijkt. “Aha… mevrouw Hélène Meulenaers. Zij staat al bijna anderhalf jaar op de wachtlijst zie ik. Tja, Lola krijgt nu eenmaal niet elk jaar een nestje. Door de telefoon klonk ze als een jonge vrouw. Ben heel benieuwd welke pup haar zal aanspreken.”
Terug in de keuken snuif ik met mijn ogen dicht de geur van verse koffie op. Een bekende claxon doet ze weer wijd opensperren. De honden, die buiten op het speelveld lopen, blaffen enthousiast. Daar zul je haar hebben! Onze vriendin.
“Nu er nog voor zorgen dat ze ook MIJN vriendin wordt,” mompel ik terwijl de vlinders wild door mijn buik dansen.
Kato heeft haar auto al afgesloten en komt me op het terras tegemoet. Ze heeft een allerliefst kleedje aan en haar haren in een veel mooier kapsel gestoken dan waarmee ze overdag in haar praktijk rondloopt. Keurend gaan haar ogen van mijn kruin tot tenen.
“Zo-ooo! Ik ga vandaag meneer Theunissen tegen je zeggen!” grapt ze.
In haar ogen lees ik dat het beeld haar bevalt.
“Dat vind ik een goed idee, mevrouw Kattens,” antwoord ik en houd haar, als een echt heer, een arm voor om haar naar het zitje op het terras te begeleiden. Schuin achter ons zwelt het hondengejoel aan.
“Volgens mij willen daar een paar dieren begroet worden,” zegt Kato met een zijdelingse hoofdknik naar de speelweide.
We lopen naar het hek, dat hier en daar kraakt en piept onder het gewicht van de enthousiast springende honden, waar Kato ze allemaal een aai geeft.
“En nu stil allemaal! Lola en Peppito, laat zien dat ik jullie heb opgevoed!” foeter ik quasistreng tegen de honden, waarna ik me tot Kato wend. “Mevrouw Kattens, mag ik u een kop verse koffie aanbieden?”
Voor de tweede keer houd ik mijn arm uitnodigend voor Kato. Met een grote glimlach om ons spel haakt ze in en lopen we terug. De honden laten zich weer op hun vier poten zakken en kijken ons na tot we in de woonkeuken verdwijnen.
Als we beide achter een dampende beker koffie zitten, kijkt Kato me serieus aan en vraagt hoe ik me voel. Eerlijk beken ik dat ik altijd wat zenuwachtig ben en vertel haar over het bezorgde vader-gevoel.
“Lijkt me een prima uitgangspunt,” stemt ze in. “Jij wilt toch ook dat ze goed terecht komen?”
Ik vertel haar dat ik een vragenlijst heb als geheugensteuntje en dat ik aantekeningen zal maken. De knappe dierenarts leest de vragen belangstellend door en schuift de lijst terug naar mij.
“Vind je het goed als ik af en toe een vraag stel over zaken waarmee ik in mijn praktijk wel eens geconfronteerd wordt?” vraagt ze.
Ik knik, dat was nou precies waarop ik had gehoopt: dat ze me bijstaat met haar ervaring en kennis. Maar… dat ze gewoon bij me aan de tafel zit vind ik ook al grandioos.
Buiten slaat Peppito aan. Niet dat hij nou precies de waakhond moet spelen, maar hij neemt zelf die taak op zich.
“Daar zul je haar hebben,” zeg ik terwijl ik opsta. “Ze heet Hélène Meulenaers.”
Kato loopt mee naar buiten, maar blijft op het terras. Ik loop naar het hek en hoor nog net het geronk van een sportwagen. Enkele seconden later komt er een sportief geklede jonge vrouw achter de hoge heg vandaan. Ze zet haar zonnebril op haar verzorgde kapsel.
“Bent u meneer Theunissen?” vraagt ze vriendelijk.
Ik knik en laat haar door de poort. Op het erf schudden we handen en stellen we ons uitgebreider aan elkaar voor. Lola en Peppito staan nieuwsgierig over het hek van de speelweide te koekeloeren en blaffen als we voorbij lopen over het terras. Als de dames aan elkaar zijn voorgesteld nodig ik Hélène uit voor koffie en nemen we plaats aan de tafel in de woonkeuken.

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

7 september 2012, 22:22

Marie-Hélène

Ik werd warm onthaald door de fokker van mijn toekomstige pup. Ik stond al anderhalfjaar op de wachtlijst en vandaag was de dag eindelijk aangebroken. Vanbinnen danste alles van vreugde.
Ik werd uitgenodigd voor een kopje koffie. Terwijl we met zijn drieën aan tafel zaten praatten we over de pup die ik zoek.
'Ik zoek een pup die wild is, maar ook niet dat tikkeltje té wild, begrijp je wat ik bedoel? In mijn vrije tijd ga ik ook joggen, en het zou fijn zijn dat mijn pup later meekan. Natuurlijk gaan we ook naar puppycursus, dat lijkt me erg leuk om te doen!', zei ik vrolijk.
De fokker keek goedkeurend naar de vrouw die naast hem zat.
'Beste mevrouw Meulenaers, zoals u al weet ben ik de dierenarts van de pups. Ik heb een aantal vraagjes voor u. Dit is de eerste; ik ben dus de dierenarts van de pups. Zou u het zien zitten om dat zo te houden, of wil u liever een andere dierenarts opzoeken?', vroeg ze.
'Nee hoor, de pups vertrouwens en kennen u al en dat wil ik graag zo houden, u wordt dus mijn dierenarts!', antwoordde ik vrolijk.
Ze stelde nog enkele vraagjes die ze moest weten en die beantwoorde ik heel correct.
'Oke, puppytijd!', zei de fokker.
'Eindelijk!', antwoorde ik vol vreugde.
Terwijl we weer naar buiten liepen, vertelde de fokker dat hij wel een pup had die pérfect bij mij zou passen.
'Hij is een beetje wild, maar enkel tijdens het spelen. Hij houdt ook erg van beweging, dus joggen zal hij zeker leuk vinden.', zei hij.
Ik knikte instemmend. Toen we bij de puppyweide aankwamen, zag ik inderdaad een pupje stoer blaffen naar een klein insectje.
'Is dat de pup die u voor me aanraadde?', vroeg ik kierkeurig.
'Jep, dat is hem!', antwoordde hij vrolijk.
Hij opende het poortje en meteen kwamen vier kleine bollen wol op ons afgestormt. Ik ging in het gemaaide gras zitten. De 'wilde' pup kwam stilletjes op mijn schoot zitten. Hij gaf me likjes op mijn hand.
'Zozo, ik denk dat er eentje zijn baasje heeft uitgekozen!', lachte de dierenarts.
'Inderdaad, dit wordt 'em!', riep ik vrolijk.
Ik gaf hem een kus op zijn neus. Hij niesde.
'Hihi, gekke hond! Heb je al een naam in gedachten?', zei de fokker
'Ja, ik denk dat ik hem Storm noem, omdat hij zo'n lekkere storm is!', knipoogde ik.
'Hihi, wij noemden hem ook Storm!', lachte de dierenarts weer. Ik had nog uren plezier met Storm, totdat het tijd was om naar huis te keren...
'Dag Stormpje, ik kom gauw weer terug!', zei ik vrolijk.
Ik nam afscheid van de fokker en zijn vriendin en stapte in de auto. Ik startte de motor een reed met een goed gevoel naar huis.
Eindelijk zou ik mijn eigen pup krijgen!

Griffylover schreef het onderwerp

10 september 2012, 01:56

Storm

De vreemde mevrouw die bij de baas op bezoek is, knuffelt mij en geeft een kusje op mijn neus. Dat kriebelt zo dat ik ervan moet niezen.
“O jongen toch!” roept ze uit.
Terwijl ze met de baas praat, kriebelt ze achter mijn oren. Dat is zo fijn dat ik tegen haar aan ga leunen. Plotseling hoor ik mijn naam, maar dan met haar stem. Ik kijk verrast op en houd mijn kopje scheef.
“Ja, Storm, ik vind dat jij een heel mooie naam hebt,” zegt ze tegen mij.
Ze pakt een bal, houdt hem even voor mij en gooit hem weg. Ja! Leuk! En ik ren er achteraan. De bal kaatst terug tegen het hek en komt mij tegemoet. Ik duik er bovenop alsof ik een prooi aanval, maar doe dat natuurlijk te wild omdat ik wil laten zien hoe stoer ik ben. De bal is zo glad dat ik er gewoon afglijd. Nu lig ik met mijn neus in het zand en mijn buik over de bal heen. Aan de andere kant van de speelweide klinkt luid gelach. Als ik opkijk zie ik dat het veld helemaal leeg is, op de vreemde vrouw na. Papa en mama liggen op het terras bij de baas en mijn broertje en zusjes dartelen om hen heen.
“Kom maar Storm! Breng de bal maar mee!” roept de vrouw met uitnodigend gespreide armen.
Ik krabbel op, schud me uit en kijk haar dan uitdagend aan.
“Woef!” zeg ik en leg een voorpoot op de bal.
“Kom maar Storm!”
Ik wil de bal in mijn bek nemen, maar ontdek na enkele pogingen dat het een nieuwe is waar je nog geen deuk in kunt happen. Hoe krijg ik hem dan vooruit?! O ja… met mijn neus. De bal vliegt voor uit, maar schiet tegen een graspol en rolt dan een heel andere kant uit. Opnieuw doe ik een poging om de bal bij de vrouw te brengen. Hoe eerder hoe hij bij haar is, hoe eerder ik weer lekker kan rennen. De bal gaat telkens een stukje vooruit, maar ligt dan weer stil of rolt opzij. Boos omdat het niet lukt zoals ik het wil, blaf ik verontwaardigd tegen de bal.
Vanaf het terras moedigt baas mij aan en bij elke meter die de bal dichter bij de vrouw komt, klapt ze enthousiast in haar handen. Ik doe heel erg mijn best om te laten zien wat een slimme en sterke hond ik ben. Als de bal eindelijk voor de voeten van de vrouw rolt, laat ik me hijgend in het gras vallen, maar kijk haar verwachtingsvol aan.
“Waf! Wraf! Woef! Toe gooi de bal nog eens weg! Ik wil rennen!”
“Nog een keertje dan, Storm,” zegt de vrouw
“Neem deze bal maar,” roept de baas bij het hek.
Hij gooit de slappe bal naar haar toe, die ze meteen heel ver weg gooit. In gestrekte galop ren ik erachter aan. Plof! Zand spat omhoog als de bal de grond raakt. Als ik abrupt afrem vliegen mijn achterpoten pardoes de lucht in, maar ik maak deze keer geen duikeling. Even hijg ik uit van mijn sprintje, maar dan zet ik vastberaden mijn tanden in het slappe leer en ren terug naar de vrouw die ik steeds leuker begin te vinden. Kwispelend neem ik de bal een eindje mee terug.
De vrouw gaat opnieuw zitten en wacht me met open armen op.
“Kom eens, Storm?” wekt ze.
Ze neemt me op schoot en streelt mijn kop en rug.
“Ik vind jou een heel leuke hond, Storm,” fluistert ze in mijn oor. “Vind jij het goed als ik jouw nieuwe baasje word?”
Ik snap niet wat ze daarmee bedoelt, maar ik vind de vrouw lief en ze speelt met me, dus ik geef haar een lik over haar wang.
"Je bent de liefste wildebras die ik ken," fluistert ze.
Ze gaat staan en tilt mij daarna op. Knuffelend loopt ze naar het hek van de speelweide. Papa, mama, Nike en mijn zusjes zijn al binnen. Met mijn kop op haar schouder kijk ik naar de lucht boven het huis. Het wordt al een beetje donker. De vrouw neemt me mee naar binnen en brengt me naar de mand die baas aanwijst. Mijn avondkluifje ligt erin. Die krijgen we altijd voor we moeten gaan slapen. Om tot rust te komen, zegt baas altijd.
Nadat ze nog een poosje met hem en Kato heeft zitten praten en schrijven, zegt ze ons allemaal gedag.
“Dag Stormpje, ik kom gauw weer terug!” zegt ze tegen mij met een brok in haar keel.
Ik laat de kluif even voor wat hij is en geniet van de knuffel die ik krijg.
Ik kijk haar na tot ze achter de deur verdwijnt en zet dan mijn tanden weer in het kluifje dat bijna op is.
Blijkbaar heeft baas Kato ook buiten gelaten, want hij komt in zijn eentje terug naar binnen. Hij roept ons één voor één bij zich voor de dagelijkse borstelbeurt en zet ons vervolgens in onze bench. Ik kruip dicht tegen Missy aan die met haar kop op Penny’s rug ligt. Langzaam zakken mijn oogjes dicht en vertrek ik naar dromenland, waar ik met Nike een wedstrijdje doe wie het eerste de zoemende bromvlieg te pakken heeft.

De volgende dag verloopt zoals alle andere, maar ’s avonds trekt baas opnieuw zijn nette kleren aan en ruikt hij weer naar zeep. Wat zou er nu toch weer gaan gebeuren?
Als hij ons na het eten en rusten in de speelweide heeft gebracht, komt onze dierenarts naar het hek lopen en begroeten ze elkaar. Ze praten en lachen samen en het lijkt wel of hij steeds dichter bij haar gaat staan.

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

gewijzigd 14 september 2012, 00:18

Herman Hooglands

Ik lig rustig in mijn zetel naar naar de TV te kijken tot ik op de klok kijk.
'POTJANDORIE! Ik moet me gaan klaar maken!' riep ik geschrokken.
Ik stormde naar boven en trok snel mijn kleerkast open. Ik graai er een nette broek en vest uit en trek die aan. Ik spring voor de spiegel en kijk nog eens naar mijn horloge.
'Geen tijd om mijn tanden te poetsen! Dan maar een pepermuntje!' zeg ik.
Ik steek een muntje in mijn mond en graai de autosleutels van tafel. De deur slaat achter me dicht terwijl ik het portier van de auto toetrek. Ik start de motor en vertrek met gierende banden. Ik tik het adres in in mijn tweedehandse GPS.
'Rechts afslaan, u hebt uw bestemming bereikt,' zei het ding na enige tijd.

Ik parkeer mijn auto een beetje verderop en ga te voet tot aan het mooie huis. Een echte plattelandsvilla.
Ik bel aan. De poort langs de zijkant van het huis wordt geopend en ik word warm onthaald door de fokker.
'Welkom, meneer Hooglands, ik ben Mathijs!' zei hij vriendelijk.
'Aangenaam, ik ben Herman,' antwoord ik.
De vrouw die erbij is zegt dat ze de dierenarts is en dat ze me een paar vragen moet stellen. Ik er maar snel wat antwoorden op verzonnen omdat ik de pup wil zien. De fokker leidt me naar de afgebakende plek waar een pupje alleen zit.
'Wat voor pup zoekt u eigenlijk?' vroeg hij.
'Ik zou graag een rustige pup willen, die ik wel wat kan aanleren en toch in is voor een spelletje,' antwoord ik netjes.
De fokker haalt de pup uit de ren en zet haar in de weide.
'Dit is Missy, zo noemen we haar.'
'Nou nou, aangenaam Missy,' zei ik en geef het hondje een aai over haar bol.
Als ik bij Missy ga zitten kruipt ze meteen in elkaar.
'Missy, euh...is een beetje schuchter in het begin naar vreemde mensen,' zegt Mathijs.
'Ach, daar komt snel verandering in,' zeg ik mopperend.
Na een halfuurtje heb ik even genoeg geknuffeld. Ik vroeg de fokker een tas koffie.

-- reactie gewijzigd door Willy & Brando & Sharey+ op 14 september om 00:18 --

Griffylover schreef het onderwerp

18 september 2012, 02:53

Missy

“Kom Missy! Ga jij maar eens lekker puzzelen.”
In een hoek van de speelweide maakt baas een rustig plekje voor mij. Hij geeft me het stuk speelgoed dat ik vanmiddag ontdekte toen papa en mama ermee bezig waren. Toen zij het eenmaal lieten liggen, was ik er voorzichtig naartoe gelopen, want ik vond het wel spannend hoor zo’n nieuw ding in huis.
Mmm! Dat ruikt lekker! Waar komt dat vandaan? Snuffelend duw ik hier en daar met mijn neus tegen een uitsteeksel aan. Soms stoot ik mijn neus, soms schuift er eentje mee.
“Hé! Woef! Ze bewegen!”
Blij verrast spring ik er omheen, maar dan ruik ik weer dat lekkere geurtje en ga op zoek waar dat vandaan komt. In het begin kijk ik af en toe naar de baas die dan enthousiast “Goed zo, meisje!” roept.
Ik merk dat het houten ding wegschuift als ik tegen vastzittende uitsteeksels duw, dus zet ik er een poot op. Dat werkt maar half, want nu draait het bord rondjes. Pas als ik er nog een voorpoot opzet, kan ik echt goed duwen en komt er een gat tevoorschijn. Meteen dringt de geur van worst in mijn neus en kijk ik in het gat.
“Ja! Woef! Gevonden!”
Met mijn tong floep ik het stukje worst naar buiten, neem het in mijn bek en ga het naast het houten vakjesding lekker liggen opsmakken. Ik ga een tijdje helemaal op in het leuke spelletje.
Plotseling hoor ik een onbekende stem achter me. Als ik omkijk staat er een vreemde man bij baas. Verlegen sluip ik achteruit naar het verste hoekje van de ren. Baas roept me bij zich. Terwijl ik me door hem laat optillen, houd ik de man in het oog. Zijn stem klinkt vriendelijk, maar anders dan die van baas en Kato. De man loopt de speelweide in en komt naar me toe. Ik druk me tegen de grond, klaar om te vluchten. Met zachte stem praat hij tegen me en steekt zijn arm naar me uit. Heel voorzichtig ga ik weer op mijn pootjes staan om aarzelend en op mijn hoede aan zijn hand te ruiken. Meteen aait hij me over mijn kop, waardoor ik me weer tegen de grond druk, want dat vind ik niet fijn.
Als hij me een paar keer heeft geaaid laat hij zijn handen onder mijn buik glijden en zet hij me op schoot. Ik zit doodstil, scherp luisterend naar zijn stem en mijn vel voelt elke aanraking. Gaandeweg raak ik in verwarring. Hij praat lief tegen me, maar zijn arm en handen houden me zo stevig vast dat ik geen kant op kan. Er gaat een rilling door me heen als hij in mijn oor begint te fluisteren. Ik begrijp niet wat hij precies zegt, maar het klinkt dreigend. Baas staat weer bij het hek, naast Kato.
“Woef! Help me baas! Ik vind dit niet fijn!”
Baas praat met de vreemde man en Kato, hij merkt niet dat ik bang ben. Als hij mij niet helpt, dan ontsnap ik zelf wel. Ik wroet een poot los, stap ermee over zijn arm heen en wil dat met de andere ook doen, als de man zijn grote handen om mijn nekje heen legt en me dwingt te gaan zitten. Met verschrikte ogen kijk ik omhoog. Waarom praat de man zo lief en doen zijn handen zo vervelend? Bibberend ga ik maar weer zitten, wachtend totdat dit voorbij gaat.
“Ah, ze heeft het koud,” zegt de man en drukt mij hard tegen zich aan.
Ik knijp mijn ogen dicht, waardoor mijn neus beter gaat werken. Ik ruik autogeurtjes. Die ken ik van onze reisjes naar Kato en van toen we naar de zee gingen. En van baas als hij de bek van de auto openzet. Ik moet er gewoon van niezen. De man lacht en maakt kirrende geluiden, maar zijn handen lachen niet mee en zijn ogen ook niet.
Plotseling gaan de armen open en voel ik koele wind door mijn haren waaien. Even kijk ik de man nog aan en spring dan van zijn benen af. Achter in de speelweide lopen papa, mama en Storm. Ik zet het op een rennen, waarbij ik af en toe argwanend achterom kijk. Hij volgt me toch niet?
Hijgend verstop ik me achter mama, die me met een lik over mijn hoofd vertelt dat er de komende dagen nog wel meer mensen naar ons zullen komen kijken.
“Woef! Mama, luister! Die man is eng! Hij maakt mij helemaal in de war!”
Storm spitst zijn oren en komt voor me staan.
“ Woef! Wat heeft hij gedaan? Je bibbert helemaal! Heeft hij je pijn gedaan?” vraagt Storm verontwaardigd.
“Woef! Nee, dat niet, maar hij hield mij zo raar vast dat ik niet kon weglopen,” antwoord ik.
“Woef! Weet je wat Missy?! Ik ga hem wegjagen! Niemand mag jou bang maken!” blaft Storm stoer.
Hij springt tussen ons uit, neemt een ramscheut richting het hek en komt het volgende moment verdwaasd tot stilstand.
“Woef! Hij is weg! Baas is ook weg!”
"Woef, gelukkig..." zucht ik.
Nu ik me weer veilig voel, ben ik wel in voor een spelletje en hap in mama's oren.

Lise met Ruby, Naïn & Qalvin

28 september 2012, 20:10

Peppito/b]

Arme Missy, ze dacht even dat haar nieuwe baas een engerd was. Maar dat wil ik nog niet tegen haar zeggen, denk ik.
Ondertussen speelte ze gelukkig al weer met Lola.
'Peppi! Pep kom eens hier!', hoor ik baas roepen.
Ik wil komen maar ik stuit met mijn snuit tegen het hek. Natuurlijk, het hek is dicht voor de pups. Ik ga naar achteren, neem een aanloop en spring over het hek. Ik zie dat Storm en Nike verbaast zitten te kijken. Zo fier als een pauw steek ik mijn staart in de lucht om indruk te maken op mijn zonen. Klungelig proberen ze me na te doen, maar ze struikelen over hun eigen pootjes.
Ik wandel naar binnen. Baas zit er nog steeds met die - volgens Missy enge - man.
'Peppito, zit voor!', zegt baas.
Braaf doe ik wat hij zegt.
'En blijf...Dit is nou de vader van Missy, prachtig is hij, niet?', zegt baas.
Ik leg mijn staart extra mooi en zet mijn oren kaarsrecht.
'Hij is...en plaatje!', zegt die man.
'Peppi, ga maar weer naar Lola toe, en je puppies. Meneer en ik moeten nog enkele dingen bespreken.', zegt baas weer.
Ik gehoorzaam perfect om indruk te maken op die man. Hij moet namelijk denken dat Missy ook zo'n mooie grote hond als mij zal worden!

Als ik de ren binnenkom, holt Missy naar me toe.
'Pappie, pappie! Wat heeft die man met je gedaan?!', vroeg ze paniekerig.
'Niets hoor, Missietje, hij wou me gewoon eens goed bekijken en hij gaf me een compliment omdat hij me zo mooi vindt!', zei ik op een uitdagende, opschepperende manier.
'Iedereen, val aan!', riep Nike.
Lola, Missy, Penny, Nike en Storm vlogen me achterna.
'He jongens, 5 tegen 1 is niet eerlijk!', riep ik hijgend.

^