Honden krijgen vanuit de natuur groente binnen doordat dit in de maag van het prooidier zit. Groene groente, zoals; Andijvie, sla, komkommer, courgette, waterkers, alfalfaspruiten, peterselie, (kikker)erwten, peulvrucht, postelein, (knol)selderij, paksoi, broccoli of snij/sperzieboontjes. Maar ook wortel, witlof, gemberwortel, bietjes, bonen, pastinaak en bloemkool bijvoorbeeld. De maaltijd mag maximaal 15% uit groente bestaan. Als je groente geeft kun je dat het beste pureren of malen, omdat rauwe stukken groente niet verteerd worden door een hond. Als de groente gekookt worden verandert de vezelbron in verteerbare koolhydraten (suikers) wat een hond niet kan gebruiken. Hier kunnen honden makkelijk dikker van worden.
