Bij deze dan. Best een groot stuk geworden, maar ik heb ook veel te verwerken gehad in de laatste twee dagen. Lees het, laat het inzinken, en als er dan vragen zijn zal ik die zo goed mogelijk proberen te beantwoorden.
----------------
Goed, eerst maar eventjes een algehele beschrijving. Hondenopvoedingsinstituut de Roedel ligt in het prachtige Salmchateau, op een van de hogere punten langs een kerkhof, uitkijkend over de rest van het dorp en, in de verte, het oude kasteel van het dorp...tegenwoordig beheerd door een ouder koppel tegen kost en inwoning. Parkeren doen we dan ook op een van de krappe weggetjes zo typisch voor de dorpjes in de Ardennen en, held als ik ben, weet ik nu al dat ik 5 keer mag steken wil ik straks nog kunnen keren. Schumacher kan het vast beter, maar ik ben nou eenmaal niet zo handig.
Weten welk huis nummer 7 (de Roedel) is, dat is niet zo moeilijk. Als je langs loopt vang je soms al een glimp op van een van de prachtige wolfkruisingen die, wanneer de rest van de roedel weggaat, dan ook fanatiek de groep weer bij elkaar probeert te huilen. Arjen van Alphen, een grijzere man met een typisch geleerde bril stapt naar buiten en begroet mij, redigeert mij richting het kleine bijhuisje en zegt toe zich zo bij mij te scharen. We (ja de hond was ook maar mee) zetten ons dus in het huisje en, niet geheel verrassend, acht mijn hond, Lewis, het binnen enkele momenten hoogste tijd om de poot op te tillen. Ik dacht daar een beetje anders over.
Gewapend met laptop stapt Arjen het huisje in. Lewis, uit zichzelf een erg dominante hond (in Roedeltermen) toont zich meer dan bereid tot communicatie met de man, hetgeen in alle rust (20+ jaar ervaring) beantwoord word. Uit alle handelingen, van wegdraaien tot subtielere nonverbale antwoorden, blijkt al snel dat er iemand tegenover mij zit die "de taal spreekt" En we beginnen.
We bespreken de term dominantie zoals deze gebruikt word in de Roedelmethode, en hoe deze zich verschilt met de gangbare definitie van het woord. Meteen steekt hij als schrijver, en geleerde, hand in eigen boezem. Zo legt hij uit dat, als geleerde, hij er te gemakkelijk vanuit ging dat de lezer automatisch zijn definitie over zou nemen in de context van het boek...dit is immers de manier van het academische systeem. Dat mensen hier niet toe in staat zijn, een kleine miscalculatie van zijn kant. Om het simpel te houden,
Dominantie in de Roedelmethode is de Bereidheid en Mogelijkheid tot het aangaan van communicatie met anderen.
Het is dus iets wat wij als mensen met honden delen. In feite is het schrijven wat ik nu doe in termen van de Roedelmethode een dominante handeling, immers, ik toon mij bereid te communiceren en vind daartoe de mogelijkheid via het medium van het geschreven woord in combinatie met het internet. Honden, die niet verbaal maar non-verbaal zijn ingesteld, tonen deze bereidheid tot communicatie via een andere medium dat voor ons min of meer te lezen valt, via de lichaamstaal. Hierin is de verstandhouding tussen de communicerende partijen, de functionaliteit van de relatie, de eigenlijke beloning. Het sociale leren versus het conditioneringsleren.
Vervolgens introduceert Arjen mij tot de Regel van de 3
1. Geurentaal, ofwel explorerend leren.
2. Lichaamstaal, het discriminerende leren.
3. Geuren en lichaamstaal samen, het vormen van een antwoord.
De hond, die de eerste weken blind en doof is, ontwikkeld vanaf de geboorte met name de hersendelen die gekoppeld zijn aan geurverwerking en tast. Het is daarom dat de hond in zijn latere leeftijd als dominante zintuig altijd zijn neus zal willen gebruiken, en dit dan ook doet. Het zien en horen zijn hierin van ondergeschikt belang voor de hond, hetgeen tussen mens en hond vaak voor verwarring kan zorgen. Stap 1 van de regel van 3, het explorerend leren, gaat zich dan ook om het globaal verkennen van de situatie via geurentaal, waarna stap 2 in werking zal treden. De hond zal in stap 2 discriminerend gaan leren, ofwel de zaken van dichterbij en specifieker gaan benaderen, hiervoor is lichaamstaal nodig, het zoeken van toenadering tot de geurbron bijvoorbeeld. Het antwoord, stap 3, is een koppeling van geurentaal aan lichaamstaal. De hond plast tegen de boom (achterlaten van geur, via een lichamelijke handeling), legt een poot op het been van de mens, etc.
Als kanttekening maakt Arjen dat een markering niet hoeft te betekenen dat een hond iets als eigendom probeert te claimen. In plaats daarvan is een markering met name een manier om een sociale verstandhouding met iets anders op te bouwen. Hetgeen dus, in Roedeltermen, een dominante handeling is.
We gaan dieper in op de stof in de twee boeken, foto's en beelden van honden en hun opvoedingsperiode passeren de revue en worden extra toegelicht. Met name de ervaring van Arjen maakt deze presentatie de moeite waard. “Let hier eens op, kijk daar eens naar, zie je wat die hond doet?” En deze vertaalslag maken we ook naar mijn eigen hond, die zich inmiddels rustig heeft genesteld op een van de oude banken...een andere, acceptabelere vorm van markeren dus. Binnen, maar ook buiten. De volgoefening, een natuurlijke vorm van een relatie opbouwen tussen moederhond en pup, gekoppeld aan overheersingstechnieken en markeringen worden mij getoond.
Hierin is het belangrijk om overheersing in weer een andere context te zien. Een hond die de handeling niet accepteert valt niet zomaar te overheersen. De hond zal de afstand vergroten, weglopen, etc. Dat mijn hond dit niet doet achten we dan ook positief. Een teken van basisvertrouwen in de andere partij.
De inzichten die ik heb opgedaan in die twee dagen naar mijn eigen hond toe zijn considerabel, en zonder meer de moeite van de reis waard. Met name het fysieke aspect, tussen mij en mijn hond onderontwikkeld, is een aandachtspunt om aan door te werken. En waarom? Niet omdat de hond dan beter zal luisteren, dat is enkel een bijgevolg. De echte rede is doordat we aan de fysieke aspecten gaan werken de hond zich in het leven prettiger gaat voelen, met meer zekerheid dingen tegemoet kan treden en spanning af kan bouwen.
En dat is dan ook meteen de positieve insteek van de Roedelmethode. Elke handeling (of afwezigheid daarvan) die hond emotioneel of fysiek schade aanricht is compleet uit den boze. “Correctiemiddelen” worden graadmeters, waaruit men kan lezen hoe ver de relatievorming is (enkel wanneer de hond klaar is dit te accepteren) en de zogenaamde “overheersing” is eigenlijk een verkapte manier van vetrouwensoefeningen. Zoals mensen zich bijvoorbeeld moeten kunnen laten vallen terwijl de ander hen opvangt.
Zou iedereen moeten Roedelen? Volgens mij wel. En waarom? Niet omdat het een probleemhond oplost, wel omdat het een specifieke manier van naar je hond kijken is. Eentje die, wat mij betreft, zich baseert op conclusieve wetenschap en de hond als hond zal benaderen. Het wegnemen van de taalbarrière en de hond zo nemen zoals hij in feite is. Veel meer nog dan je in het Kalmerende Signalen kamp ziet gebeuren, de Positieve opvoeding, benaderd de Roedelmethode de hond als een (super!)intelligent, gevoelig en sociaal wezen waarmee gecommuniceerd moet worden om tot een succesvolle verstandhouding te komen. Succesvol voor wie? Ten eerste voor de hond, en dan volgt dat baasje vanzelf.
Dat is de Roedelmethode. We verlaten Salmchateau dan ook met een vol hoofd en een content gevoel. 40 minuten omrijden om thuis te komen, want ach, de Belgen nemen het niet zo nauw met hun wegdek. De halve E42 kunnen ze dan ook makkelijk afzetten...heeft niemand last van!