Naast me op de bank ligt Aika te slapen. Indy ligt tevreden in haar mand. Ze zijn moe van een wandeling en van het spelen in de tuin. Wanneer ik vol liefde naar Aika kijk, zie ik een klein stukje tong uit haar mondje hangen. Zo doet ze het altijd. Alleen droogt de tong uit en doet ze hem weer terug in haar mond, om hem weer nat te maken.
Wanneer Indy wakker wordt en ze naar mij toekomkt,wordt er druk gekwispeld. Ik heb nog nooit een sheltie gehad waarvan de staart bijna nooit stilstaat. Enerzijds is dat een stukje onzekerheid. Als het ware een vraag: "Je vindt me toch wel lief hé ? Anderzijds is het ook aanhankelijkheid, vriendelijkheid naar ons toe. Zeker wanneer niet alleen de staart, maar haar hele achterlijf mee beweegt.
Wat ben ik toch een geluksvogel met twee zulke fijne meiden.
Wanneer Indy wakker wordt en ze naar mij toekomkt,wordt er druk gekwispeld. Ik heb nog nooit een sheltie gehad waarvan de staart bijna nooit stilstaat. Enerzijds is dat een stukje onzekerheid. Als het ware een vraag: "Je vindt me toch wel lief hé ? Anderzijds is het ook aanhankelijkheid, vriendelijkheid naar ons toe. Zeker wanneer niet alleen de staart, maar haar hele achterlijf mee beweegt.
Wat ben ik toch een geluksvogel met twee zulke fijne meiden.

