Dag Boris,
Het ras waar u van spreekt is een ras dat men kan indelen bij "werkhonden"
Dus deze vragen wel wat uitdaging en beweging. Het zijn heel energieke honden. Hieronder vind u wat meer uitleg over de hond.
neemt dit goed door en overleg goed.
Historie
Als land van herkomst is de Verenigde Staten aangewezen, hoewel zijn naam Australisch aandoet. Maar het is niet echt meer te achterhalen.
De algemene veronderstelling is dat het een afstamming is van de herdershond die door de Baskische herders werden gebruikt om hun kudden schapen te hoeden en te drijven. Tegen het einde van de 19e eeuw emigreerden redelijk veel Basken naar Australië i.v.m.de onbegrensde mogelijkheden daar en die namen natuurlijk hun honden mee. Het is aannemelijk, dat de honden zich daar in meer of mindere mate vermengden met de daar aanwezige rassen, zoals de voorouders van de Kelpie.
Ook zullen andere honden zoals de Collie en de Bernersennenhond waarschijnlijk hun steentje hebben bijgedragen aan de vorming van de tegenwoordige Australian Shepherd.
In het laatst van de 19e eeuw en begin 20e eeuw werden er grote hoeveelheden schapen van Australië naar Amerika geëxporteerd. Met de schapen kwamen ook de Baskische herders met hun honden mee en in dat land kwam dan ook de Aussie uiteindelijk tot volle wasdom. Kenmerkend was hun aanpassingsvermogen en kwaliteiten op het gebied van het hoeden van kudden en het beschermen tegen roofdieren. Hierdoor werd het ook een bekende verschijning als veedrijverspartner van de cowboys. Vanuit het westen verspreidde de Aussie zich gestaag over het gehele continent.
Door hun opmerkelijke verschijning met hun vaak ongewone blauwe of verschillende kleur ogen werd er verteld dat indianen een heilig respect hadden voor de honden met de “spookogen”.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog bleven het veedrijvers, daarna werden ze ook gebruikt bij westernriding en andere shows. Toen Disney dan ook een film uitbracht met de Aussie als beste herder ter wereld was zijn populatie een feit.
Kynologen begonnen zich voor dit ras te interesseren en zo werd in 1957 de Australian Shepherd Club of America opgericht, maar de officiële rasstandaard werd pas in 1977 van kracht en in 1991 nog een keer aangepast.
De laatste twintig jaar komen er ook mondjesmaat honden naar Europa en in 1996 werd het ras erkend door de FCI.
Gezondheid en verzorging.
Over het algemeen zijn het gezonde sterke honden, die de leeftijd van 12 tot 14 jaar kunnen bereiken.
Helaas komen in dit ras ook erfelijke afwijkingen voor, zoals heupdysplasie, erfelijke oogziekten, epilepsie. Ook mag men geen twee merle-honden “kruisen”, want de kans bestaat dat een kwart van die pups onvruchtbaar, doof of niet levensvatbaar zullen zijn!!!
De verzorging is vrij eenvoudig, enkele keren per week doorborstelen met een borstel met stompe, rechte pennen. Is de Australian Shepherd in de rui, dan goed de ondervacht uitborstelen. Doer men dat niet = veel dood haar in de woning.
Uiterlijk.
Het is een middelgrote goed gebouwde hond.
De schouderhoogte bij teven varieert van 45 tot 53 cm en bij reuen van 50 tot 58 cm hoogte.
De kleuren van de Aussie verschillen van effen kleur rood of zwart tot de merle kleuren bleu en red.
M.n. de ogen zijn zeer opmerkelijk, deze variëren van ijsblauw, tot twee verschillende kleuren een bruin en een blauw oog.
De vacht is middelmatig lang recht en golvend, de staart kan variëren van geen staart tot een lange staart en alle variaties die daartussen zitten.
Gedrag.
De Aussie is een intelligente, actieve hond, leert snel (maar ook snel de verkeerde dingen), enig inzicht in hondengedrag is dan ook vereist. Een harde training is overbodig, maar moet wel consequent zijn.
De energie lijkt onuitputtelijk en hij heeft dan ook een grote behoefte aan actie.
Dus dit ras is niet voor bank-hangers en tv-zappers, maar voor mensen die lange wandelingen maken, fietsen zwemmen en trainen met hun hond. Gebeurt dit niet, dan zal het een nerveuze en onrustige zenuwpees worden, die uit frustratie overgaat tot luidruchtig en destructief gedrag. Met een juist gedoceerde afwisseling is de Aussie in huis een rustige hond.
Als waakhond voldoet hij prima, hij is zeer territoriaal ingesteld. Tegen vreemden kan de Aussie zich gereserveerd, terughoudend opstellen. Met kinderen gaat hij meestal goed om, maar het is wel aan te raden, om hem er van jongs af aan, aan te laten wennen, net zoals met andere huisdieren.
In Amerika worden ze naast allerlei sport activiteiten ingezet als “horende” hond voor doven en als blindengeleidehond en als hulphond voor lichamelijk gehandicapten. Maar ook als speurhond, reddingshond en narcoticahond voldoen ze uitstekend. Ook in ons land zijn de mogelijkheden legio, zoals flyball, frisbee, behendigheid en breitensport en natuurlijk het schapendrijven.
Rasstandaard.
Oren: driehoekig, en zijn hoog aangezet.
Ogen: amandelvormig, mogen niet uitpuilen of diep liggen, de kleur kan in iedere variant voorkomen.
Neus: de kleur kan zwart of leverkleurig zijn. Bij de merle honden zijn roze stippen toegestaan mits niet meer dan 25 % van het oppervlak.
Hoofd: strak belijnd, krachtig, de grootte moet in verhouding tot het lichaam zijn. De bovenkant van de schedel is vlak tot licht gewelfd, met eventueel een lichte achterhoofdsknobbel. De stop is middelmatig.
Mond en gebit: voorsnuit licht wigvormig met afgeronde neus. Gebit is schaar- of tanggebit.
Hals: krachtig en van gemiddelde lengte, vanaf de kruin licht gebogen en goed passend in de schouders.
Benen: De schouderbladen zijn lang en vlak en liggen bij de schouderbladen dicht bij elkaar. De voorbenen zijn recht en sterk. De achterbenen hebben goed aangeduide knieën, een middelmatige hoeking en lopen van achteren in een loodrechte lijn naar de grond en parallel aan elkaar.
Lichaam: de rug is recht en sterk, horizontaal en in een vaste lijn verlopend van schoft tot aan de heupgewrichten. Het kruis loopt licht af. De borst is niet breed maar wel diep. De ribben zijn goed gebogen en de onderbelijning is licht opgetrokken.
Voeten: ovaal met dicht aangesloten en gewelfde tenen.
Staart: varieert van kort naar lang.
Vacht: op het hoofd is het haar kort en glad, de kraag is middelmatig, de rest is van gemiddelde lengte recht tot golvend, met een variërende ondervacht (in dikte).
Gangwerk: is vloeiend, onbelemmerd en soepel.
Groetjes Toshi 