Geschiedenis van de Welsh Terrier
Land van herkomst: Engeland
Korte geschiedenis van het ras
De Welsh Terrier is een van de oorspronkelijke terrierrassen. Hij werd in eerste instantie Old English Brokenhaired Terrier genoemd, en hoorde thuis in Engeland en Wales. Hij was in grote getale aanwezig op de eerste Britse tentoonstellingen. In het midden van de vorige eeuw begonnen de Engelse fokkers een discussie over het uiterlijk en de details van het ras, terwijl de fokkers in Wales gingen samenwerken en het eens werden over het type dat hun voorkeur verdiende.
Hun variant zou later de Welsh Terrier worden genoemd en werd door de Engelse Kennel Club in 1866 erkend. Het is een robuust ras, vrolijk, levendig en dapper. Hij komt in vele delen van de wereld als gezelschaps- en tentoonstellingshond voor.
Karakter van de Welsh Terrier

Leergierig, allert, nieuwsgierig, aanhankelijk, waakzaam maar geen blaffer. Geen vernieler. Kan heel goed alleen zijn, maar vind gezelschap ook erg fijn. Soms koppig en dominant. Maar bijna altijd vrolijk en geinteresseerd. Naar vreemden is de welah terrier wel erg wantrouwend, ze zijn zeker geen allemans vriend.
Uiterlijk en rasstandaard
Rasbeschrijving
De Welsh Terrier is een robuuste, ruigharige jachtterrier.
Hoofd: vlakke schedel, krachtige, droge kaken, onduidelijke stop, tamelijk lange voorsnuit, zwarte neusspiegel.
Ogen: kleine, ovale oogopeningen, diepliggende, donkere ogen met een onverschrokken en levendige uitdrukking.
Oren: V-vormig, klein, naar voren dicht tegen de wangen aangedragen.
Gebit: schaargebit.
Hals: van middelmatige lengte en grofte, licht gewelfd, loopt sierlijk over in de schouders.
Lichaam: korte rug, diepe borstkas van matige breedte, goed ontwikkelde achterste ribben, krachtige lendenpartij.
Ledematen: lange, goed naar achteren geplaatste schouderbladen. Rechte en gespierde voorbenen met krachtige botten, rechtopstaande en sterke voormiddenvoeten. Krachtige achterhand met lange achterbenen, gespierde dijen en goed gehoekte sprongen.
Voeten: klein en rond.
Staart: goed aangezet, maar niet te vrolijk gedragen.
Vacht: stug, hard, zeer dicht en overvloedig.
Kleur: bij voorkeur zwart met roodbruine aftekening of zwartgrijs/roodbruin zonder zwarte aftekening op de voeten.
Schofthoogte: max. 39 cm.
Gewicht: 9,0-9,5 kilo.
Gezondheid

De Welsh Terrier kan PLL (Primaire Lens Luxatie) en PL (patella luxatie) hebben.
De kans dat deze aandoeningen bij een hond uit geteste ouders voorkomt is veel kleiner dan uit niet geteste ouders.
Vraag dus aan de fokker naar de testresultaten van de ouders, een goede fokker laat deze graag zien en heeft kopieën van de resultaten van de vader of kan deze via een site laten zien.
De PL en oogtest moeten door een specialist worden uitgevoerd.
PL wordt handmatig getest.
Voor PLL moet DNA via een swab worden aangenomen en dit wordt opgestuurd naar een specialistisch laboratorium.
Omdat bij PLL naar het DNA wordt gekeken kan je 3 uitslagen krijgen: +/+ (vrij), -/+ (drager, 5 tot 10 % kans om klinische symptomen van PLL te ontwikkelen), -/- (lijder, ontwikkelen klinische symptomen van PLL en geven deze door aan nakomelingen).
Bron: L.Scharenborg www.mexxum.nl/nestjepups.html
Verzorging
Vanwege het draadhaar vind je praktisch geen haren in huis. Drie maal per jaar plukken. Regelmatig kammen.
Opvoeding

Baasje moet consequent zijn. Streng maar rechtvaardig opvoeden. Belonen werkt prima. De Welsh kan veel leren.
Een pup kopen
Een puppy van een welsh terrier kost ongeveer 1000 euro. Als je een welsh terrier koopt moet je erg consequent zijn en je moet goed in je achterhoofd houden dat de welsh terrier zomaar iemand kan bijten die ze niet kent als je te dicht in de buurt komt. Zorg er ook altijd voor dat de fokker je een stamboom kan laten zien om het ras gezond te houden. Kijk ook altijd of de ouders getest zijn op eventuele ziektes.



