Oh nee,..??? Hoe vinden pupjes dan met de ogen nog gesloten die tien/elf/twaalf dagen de tepel..??...
Vertel...
TIP; Ga eens de boeken van Eberhard Trumler lezen..
Ontwikkeling van de pups…nest
De inprentingsfase kan "NOOIT" over worden gedaan...
Herplaatsers en asielhonden doen dus nooit hun inprenting over..!!!
Misschien heb je hier iets aan...
Overzicht van de ontwikkelingsfasen;
*Neonatalefase
*Overgangsfase
*Socialisatie periode – Inprentingsfase en Socialisatiefase
*Juvenielefase
*Volwassenfase
NEONATALEFASE = de pasgeborene
0-21 dagen oof, blind, maar wél - tast (warmte), reuk!
Dus: eerste inpren¬ting: wie zijn soortgenoten?
Slapen, drinken, urine en ontlasting lozen na massage van moedertong.
-piepen,tepelrangorde,moeten MENS en HOND ruiken en voelen!
Deze periode wordt soms ook de VEGATIEVE FASE genoemd =g roeien, ademhalen, spijsvertering etc.
Het zijn dus onbewus¬te gebeurtenissen.
De Russische fysioloog Trochinin bewees dat jonge honden spoedig na de geboorte kunnen ruiken. Het geurbeeld van de moeder (= tepelgeur) wordt ingeprent. Er ontstaat een associatie tussen "zuigbevrediging" en "tepelgeur".
De lobus olfactorius (=reukwaarnemingszone binnen de hersenen) is echter nog niet geheel ontwikkeld.
Overigens is het zenuw¬stel¬sel in het geheel nog onvolledig, waardoor de geleiding traag verloopt.
Bij onderzoek (1984) aangetoond is, dat pups van een dag oud individuele geur van het moederdier kunnen waarnemen.
Scott en Fuller hebben vastgesteld dat:
Gedurende de eerste achtentwintig levensdagen van de hond, minstens eenmaal per dag contact met verschillende mensenhanden (= geur) noodzakelijk is...
Indien de pup wordt grootgebracht met de fles, het voor de pup noodzakelijk is, dat hij de eerste levensweken(= achten¬twintig dagen) doorbrengt met een andere hond (of wat nog beter, meerdere honden!)
Sociaal gedrag mag namelijk niet alleen op mensen gericht worden!
OVERGANGSFASE
21-28 dagen:horen en zien..
Dus: vervolg inprenting: wie zijn soortgenoten? eerste spelbewegingen, opgericht op soortge-noten, ontwikkeling aanleg onderwerping en vlucht, eerste vaste voedsel...
De pups gaan horen en zien.
Er ontwikkelt zich in deze periode dus een echt contact met de omgeving, d.w.z. met broers, zusters en het moederdier.
Men ziet dat de pups gaan kwispelen, mondhoekstoten etc.
De pups hebben nog steeds een onbeperkt vertrouwen in alles wat er in hun wereldje gebeurt.
Deze wereld van hun houdt op bij de rand van het nest.
SOCIALISATIE PERIODE
± 18 dagen – 12 weken
De socialisatieperiode is ingedeeld in
a)inprentingsfase.. b)echte socialisatiefase..
Algemeen wordt aangenomen dat de werkelijke socialisatie veel langer doorloopt. Bovendien bestaat er ook verlies aan socialisatie!
Evert Jan ter Burg beweert dat het toelaten van de reu tot een nest een belangrijke rol kàn spelen bij de opvoeding van de pups en de volwassen jongen.
Hij concludeerde uit waarnemingen dat het in hoofdzaak de reu is die de jongen onderdanig gedrag bijbrengt, terwijl wanneer de reu niet in de groep aanwezig is de teef dit haar jongen niet werkelijk bijbrengt.
Dit kan zijn gevolgen hebben op latere leeftijd: deze jongen zouden dan moeite kunnen hebben met onderdanigheidvertoon, wanneer dat geëist wordt door of hond of mens.
(ter Burg,"natuurlijk",blz 89)
a)inprentingfase
±18dagen - ± 7 weken :-oefening volwassen bewegingspatronen, afnemen nestbinding en moederbinding, toenemen vluchtgedrag, nieuwsgierigheid naar directe omgeving, tweede deel inprenting: hoe ga je om met soort¬genoten?
7 weken: vluchtgedrag en nestbinding in evenwicht; pup kan nu naar nieuwe eigenaar ¬en leefomgeving.
Deze periode dient voor het richten van het (latere) sociale gedrag op de soortgenoot (=ook de mens etc).
Inprenting is geen leerproces.
Het verloopt volgens vast afgebakende erfe¬lijke regels.
De inprentingsfase is een onomkeerbare levensfase!
Omdat zoogdieren zichzelf kunnen ruiken, kunnen ze soortge¬noten herkennen ondanks zij geïsoleerd van andere soortgeno¬ten opgevoed zouden zijn.
De inprenting op soortgenoten is dus later nog wel mogelijk.
(Er zal waarschijnlijk wel altijd een "remming" aanwezig blijven)
Dit betekent, dat deze vorm van inprenting niet beantwoord aan de strikte definitie.
(Trumler,"houden",blz 79)
Inprenting moet op zoveel mogelijk verschillende mensen plaatsvinden.
Zou men de inprenting op mensen beperken tot op zeer weinig mensen, dan kan de hond zich wel "aansluiten" maar niet werkelijk "aanpassen".
Bovendien moet men niet vergeten dat inprenting op de mens wel onomkeerbaar is!
Het zou een feit zijn dat de hond makkelijker op de mens ingeprent kan worden, het zgn. dubbel inprenten, dan dit met wilde soortgenoten mogelijk zou zijn.
Dit zou berus¬ten op een erfelijke factor welke met de domesticatie naar boven is gekomen.
Trumler houdt het voor mogelijk dat inpren¬ting ook plaats moet vinden op verschillende soorten voer (diner, brokken, vers-vlees etc).
Dit zou een "moeilijke eter" kunnen voorko¬men.
Een "moeilijke eter" zou men ook kunnen voorkomen door de hond niet meer dan " tien minuten de tijd te geven zijn bak leeg te eten.
Is na die tien minuten de bak niet leeg, dan moet men het voer verwijderen.
b)de echte socialiseringsfase (als onderdeel van de sociali¬satie perioden)8?12 weken; onderzoekingsdrang op omgeving gericht, oefening met prooi, oudere dieren nog tolerant, pup leert zeer snel en moet nu kennis maken met wijde omgeving, leert de taal "ja" en "nee".
De socialisatie is een leerproces
De hond leert in deze fase zeer snel. Enkele ervaringen zijn al voldoende voor een levenslange gewoonte.
De hond moet dus - in deze fase alles "gedoseerd" en met een prettige erva¬ring meemaken.
Dit geldt bijvoorbeeld voor het autorijden, het verkeer, andere dieren, de stad, geluiden, andere honden, kinderen, mensen etc.
Iets geleerd in de socialiseringsfase vergeet de hond nooit meer!!!
Volwassen honden "iets leren" zal door de hond verleerd worden indien de training langere tijd achterwege zal blij¬ven.
Zo zijn de "borstelbeurten" in deze periode erg belangrijk.
Deze moeten bij jonge honden "gedoseerd" worden toegepast met een langzaam oplopende frequentie.
"Borstelbeurten" stimuleren het creëren een goede "band" met je hond heel sterk.
Voor wat betreft het bestraffen van de hond in de socialisa¬tie periode en iets ouder het volgende.
We moeten ons vanaf het begin aan de grondregel houden, dat er alleen wordt bestraft bij overtreding van een verbod en nooit als de nog onervaren hond niet doet wat we graag willen.
+
Bij overmoed tijdens bijtspelletjes (dus de hond bijt te hard), moet men het spelletje gewoon stoppen.
De hond gaat dan een verband leggen tussen te hard bijten en het stoppen met het spelletje.
Men moet zijn hond nooit bestraffen omdat hij overmoedig is.
Dit maakt hem alleen maar onzeker.
De hond denkt dat hij midden in het spel bestraft wordt en ziet geen verband met het te hard bijten.
Hij zal zijn baas alleen maar als onbe¬re¬kenbaar gaan beschouwen, wat op deze leeftijd sterk wordt ingeprent.
(Trumler,"houden",blz 122)
JUVENTIELEFASE
12 weken tot seksuele rijpheid
Deze periode wordt verdeeld in
a)de rangordefase
b)de samenwerkingsfase/roedelfase
a)de rangordefase
12 tot 16 weken: wordt opgenomen in roedel en verlaat hol; leert wetten en leefregels, leert plaats in rangorde...
Dus: begin gehoorzaamheidstraining!
In deze fase wil de hond weten welke rangorde plaats hij heeft in de roedel.
De rangorde moet dus in evenwicht worden gebracht.
Tevens wil de hond weten wat hij van ons kan leren.
Daarom moet in deze periode de rangorde bevestigd worden en moeten we de hond al bepaalde dingen gaan leren.
De rangorde bevestigen doen we d.m.v. zijn eerste gehoor¬zaamheidstraining (zitten, wandelen met een slappe lijn, afliggen etc).
Wat we de hond al kunnen gaan leren is bijvoorbeeld apporte¬ren = jagen... !!
Wij moeten een voorbeeld van ervaring en leiding zijn.
De hond gaat ons hierop constant testen en uitproberen.
Lukt ons dit niet, dan gaat de hond aan ons twijfelen en gaat "de zaak overnemen" (de hond wordt dominant over ons) of wordt onzeker door het gebrek aan leiding.
We moeten er voor zorgen dat we psychisch de meerdere worden over onze hond.
Is men fysiek de meerdere over zijn hond, dan wacht de hond zijn kans af tot het punt komt dat er zwakke momenten zich openbaren.
Als men psychisch de meerdere is over zijn hond, levert dit later ook geen rangorde problemen op...!!!
(Trumler,"serieus",blz 40)
b)de samenwerkingsfase/roedelfase
16 weken tot seksuele rijpheid:leerperiode van volwassen gedrag en werk = , voortzetting gehoorzaamheidstraining.
Ervaring krijgen bij het samenwerken.
Meer over deze periode in Trumler,"houden",blz 165.
VOLWASSEN FASE
Seksuele rijpheid; functioneert volledig mee in de roedel.
Kan nu opgeleid worden voor werk;
Bewaking, blindegeleidehond, douanehond, hulphond.....
De aandachtspunten samengevat
0 tot 3 weken:
Pups moeten geur van honden (moeder en nestge¬noten) én mensen kunnen waarnemen.
De pups moeten dus regelmatig in handen worden genomen door verschillende mensen.
3 tot 4 weken:
Pups moeten honden en mensen kunnen waarnemen met hun oren, hun neus, hun ogen en hun tast¬zin. Bovendien moeten ze de gelegen¬heid krij¬gen hun eerste spelle¬tjes zowel op mensen als op honden te richten.
Kortom: deze week is zeer arbeidsintensief, want men moet zich met elke pup individueel bezig houden.
4 tot 8 weken:
Pups moeten volop gelegenheid krijgen hun directe omgeving te onderzoe¬ken en deze omge-ving moet rijk zijn aan prikkels; dus niet een kaal hok of een betegeld plaatsje, maar een goed beplante tuin en een gemeu¬bileerde huis¬kamer. Boven¬dien moeten de pups zowel met mensen als met honden (met name pups) spelen.
8 tot 12 weken:
Pups moeten gelegenheid krijgen alles te ontdekken, wat ze in hun verdere leven zullen tegenkomen, zodat ie leren omgaan met de 'were¬ld'.
De opvoeding moet ter hand worden genomen; de pup moet leren wat 'ja' en wat 'nee' is, dus de communicatie in de samenleving met mensen.
De pup moet in de gelegenheid worden gesteld veel mensen en (volwassen)honden te ontmoe-ten, zodat zijn sociale gedrag en communica¬tie maximaal ontwik¬keld worden.
Volwassen honden zullen de pup leren hoe de 'honden¬taal' in elkaar zit.
12 tot 16 weken:
De pup moet duidelijk gemaakt worden, welke plaats hij inneemt - in de roedel - en de wetten en leefregels (gehoor¬zaam¬heid) moeten hem bijgebracht worden.
16 weken en verder:
Zijn opvoeding moet worden voltooid.