Nee dit klopt niet helemaal.
Het onderstaande is het officiele fokregelement van ' De Nederlandse Belgische Herder Vereniging'
Fokreglement Belgische Herdershond
donderdag 14 oktober 2010 18:56
Rasspecifiek Fokreglement Belgische Herdershond
Raamwerk voor het rasspecifiek fokreglement voor Fokkers van Belgische Herdershonden onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Belgische Herdershonden.
1. ALGEMEEN
1.1 Het rasspecifiek fokreglement voor de Belgische Herders beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van de Groenendaeler, Laekense herder, Mechelse herder en Tervuerense herder zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de rasvereniging Nederlandse Vereniging voor Belgische Herdershonden (NVBH).
1.2 Dit rasspecifiek fokreglement is goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering van de NVBH op 25 mei 2009. Inhoudelijke aanpassingen van dit rasspecifiek fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de Algemene Ledenvergadering van de NVBH.
1.3 Dit rasspecifiek fokreglement geldt voor alle NVBH fokkers van de rasverenging van de NVBH .De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit rasspecifiek fokreglement.
1.4 De NVBH Fokker:
De fokker, woonachtig in Nederland, die voldoet aan het gestelde in het rasspecifiek fokreglement NVBH, de bijlage en de gedragscode heeft ondertekend, mag zich NVBH-fokker noemen.
1.5 Voor alle leden geldt dat zij geen onwaarheden verspreiden of publiceren in welke vorm dan ook.
2. FOKREGELS
2.1 Verwantschap:
De volgende combinaties van fokreu en fokteef zijn niet toegestaan:
a. Ouder / kind combinatie (combinatie P generatie / F1 generatie);
b. Broer / zus combinatie (combinatie F generatie);
c. Grootouder/kleinkind combinatie (combinatie P generatie / F2 generatie).
2.2 Herhaalcombinaties:
De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is twee ( 2x ) maal toegestaan.
2.3 Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste achttien (18 ) maanden zijn. *1)
2.4 Cryptorchide en monorchide:
Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.5 Gebruik buitenlandse dekreuen:
Buitenlandse reuen moeten voldoen aan de gezondheidseisen en aan de exterieureisen van dit rasspecifiek fokreglement.
2.6 Aantal dekkingen:
Een reu mag, zowel per jaar als in zijn hele leven een onbeperkt aantal nesten voortbrengen.
2.7 Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen):
De dekking dient bij voorkeur een natuurlijk verloop te hebben Kunstmatige Inseminatie is toegestaan en dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking betreft.
2.7 Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen):
Gemotiveerde aanvraag hiertoe dient twee (2) maanden voor de geplande dekking bij de Fokkerij Toets Commissie ingediend te worden en de regels van de Raad van Beheer dienen in acht genomen te worden.
3. WELZIJNSREGELS
3.1 Minimum leeftijd teef:
De teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan vierentwintig (24) maanden.
3.2 Maximum leeftijd teef:
De teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij zesennegentig (96) maanden oud wordt.
3.3 Maximum leeftijd eerste dekking teef:
De teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan tweeënzeventig (72) maanden.
3.4 Periodiciteit nesten:
Een teef mag in een periode van vierentwintig (24) maanden maximaal twee (2) nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal tien (10) maanden moet zijn. De periode van vierentwintig (24) maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
3.5 Aantal nesten:
Een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal vijf (5) nesten krijgen.
4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1 Gezondheidsonderzoek ouderdieren:
Gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2 Herbeoordeling en/of heroverweging:
Als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
4.3 Verplichte onderzoek:
Heupdysplasie onderzoek *2) Iedere Belgische Herdershond die in de fokkerij wordt gebruikt dient op Heupdysplasie onderzocht te worden. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een door de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland daartoe erkende instantie of dierenarts. Het onderzoeksrapport dient voor of op de dag van de dekking te zijn afgegeven. De ouderdieren dienen op de datum van het onderzoek een leeftijd van minimaal twaalf (12) maanden te hebben. Alleen honden met de Heupdysplasie uitslag A of B kunnen voor de fokkerij worden ingezet (en: honden met de Nederlandse kwalificatie negatief en tc).Voor buitenlandse honden geldt een vergelijkbare uitslag volgens de normering FCI.
Wenselijk onderzoek: ED onderzoek voor de Laekense herder.
4.4 Epilepsie:
Ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
4.5 Geboorte:
De geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben. Indien de geboorte van het nest voor de tweede maal operatief, door middel van een keizersnede (sectio caesarea), heeft plaats gevonden mag de teef niet verder meer voor de fokkerij worden gebruikt.
5. GEDRAGSREGELS – EN TEST
5.1 Karaktereisen:
Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
5.2 Gedragstest:
De gedragstesten moeten plaatsvinden onder auspiciën van de NVBH of een door de NVBH erkende gedragstest. *3)
5.3 Verplichte gedragstest:
De Belgische Herdershonden in het bezit van eigenaren woonachtig in Nederland en waarmee binnen de NVBH wordt gefokt, moeten tenminste geslaagd zijn voor het Sociale gedeelte van de gedragstest van de NVBH.
6. EXTERIEUREISEN
6.1 Exterieureisen:
De Belgische Herders waarmee binnen de NVBH wordt gefokt, dienen in voldoende mate te voldoen aan de rasstandaard. Als norm is hiervoor vastgelegd: minimaal behaald hebben van de kwalificatie Zeer Goed (1x) en Uitmuntend (1x) op CAC(IB) tentoonstellingen of de NVBH-clubmatches, onder twee verschillende keurmeesters, of op de fok-inventarisatiedag de kwalificatie "geschikt voor de fokkerij" hebben verkregen. Indien de hond is geprimeerd pE of PW zal de primering als twee uitslagen tellen en voldoet de hond hiermee aan de exterieur eisen. De fok-inventarisatiedag zal ten minste twee maal per jaar worden georganiseerd.
7. AANVULLENDE EISEN GEBRUIKSHONDEN
7. AANVULLENDE EISEN GEBRUIKSHONDEN
7.1 Gebruikshonden:
Alle variëteiten die in het bezit zijn van africhtingcertificaten en gezien hun afstamming voor dit artikel in aanmerking kunnen komen, deze worden hierna gebruikshonden genoemd.
7.2 Afstamming:
Om als gebruikshond binnen de NVBH te kunnen worden ingezet, dienen zowel reuen als teven in eerste generatie tenminste één gecertificeerde ouder te hebben (moeder of vader) en minimaal twee gecertificeerde grootouders.
7.3 Behaalde certificaten:
Om als fokdier binnen de gebruikshonden fokkerij toegelaten te worden, geldt voor teven een IPO I of vergelijkbaar certificaat ter beoordeling van de Technische Commissie Werkhonden (TCW). Voor de reuen geldt minimaal een IPO I certificaat of een certificaat ter beoordeling van de FTC.
Als alternatief geldt voor teven de mogelijkheid van een afstammingseis: de norm hiervoor is dat ze in eerste generatie tenminste één (1) gecertificeerde ouder (moeder of vader) en minimaal twee (2) gecertificeerde grootouders heeft.?
7.4 Gedrag:
Tevens dienen zowel de reu als de teef geslaagd te zijn voor het sociale gedeelte van de NVBH gedragstest. Het sociale gedeelte dient minimaal met een Ruim Voldoende afgesloten te worden .