Beste Bart,
Hier eerst een klein woordje;
Bij het straffen nooit bij het nekvel nemen, doe desnoods de halsband steeds aan dan kan u de hond daarbij vast nemen. Zorg dat hij/zij u kan zien en zeg dan zacht "foei" en druk dit uit met uw hand of vinger zoals u dit voorheen deed, niet te dicht bij het muiltje. Uw hond is doof niet blind hè 
En de hondenschool is een heel goed idee, zorg wel dat u een trainer heeft die weet hoe men dove honden aanleert om te luisteren naar gebarentaal.
Succes
ERFELIJKE ZIEKTEN
Zoals bij elk ras bestaan er ook bij de Bull Terrier enkele erfelijk bepaalde ziekten. De meest bekende is de doofheid. Bull Terriers kunnen een- of tweezijdig doof zijn. Hoewel, zowel de eenzijdige als de tweezijdige doofheid als doof beschouwd wordt, is er een fundamenteel verschil. Tweezijdig dove honden. missen een belangrijk zintuig en kunnen een gevaar betekenen voor zichzelf en hun omgeving. In de vereniging is een erecode dat een fokker geen tweezijdig dove pups verkoopt of weggeeft, maar deze laat inslapen. Dit meestal op een leeftijd van 6 tot 8 weken. Anders ligt het bij de eenzijdig dove Bull Terriers. Deze kunnen zonder problemen goed functioneren en een hoge ouderdom bereiken, maar het is niet verstandig met eenzijdig dove honden te fokken. Niet alleen de rasvereniging, maar ook de genetici raden dit ten sterkste af. Er bestaat zelfs de mogelijkheid dat er binnen afzienbare tijd, net zoals in Duitsland, niet meer met eenzijdig- en tweezijdig dove honden gefokt mag worden. Een regel die van bovenaf opgelegd zou kunnen worden.
Aangeboren doofheid komt hoofdzakelijk bij de witte Bull Terrier voor, bij gekleurde Bull Terriers heel weinig. Dit betekent niet dat alle witte Bull Terriers per definitie doof zijn. Herkent men in een nest de tweezijde dove hond (de stokdove) al op 4-6 weken, bij de eenzijdig dove ligt dit moeilijker en vaak constateert men dit gebrek pas op latere leeftijd of nooit. Het is daarom aan te raden de pup te laten testen op doofheid, hetgeen geen kostbare zaak is en voor een pup pijnloos.
Dat gebaar heeft een betekenis!
Om te beginnen moet u uw hond leren dat er een bepaald gebaar is dat net zoveel betekent als het gesproken 'braaf'. Het is het makkelijkste om hier het gebaar 'oké' voor te gebruiken: u weet wel, het gebaar waarbij u met duim en wijsvinger de o van oké vormt. Het is een duidelijk te onderscheiden gebaar en het ligt heel voor de hand.
U begint de training als volgt: u maakt het oké-gebaar op het moment dat de hond naar u kijkt en geeft hem wat lekkers. Een brokje of hondensnoepje, als het maar een minihapje is dat de hond snel achter de kiezen kan hebben. U herhaalt dit een paar keer. Al snel zal uw hond begrijpen dat dit gebaar betekent dat er wat lekkers te halen valt. Nu gaat u het wat moeilijker maken: de hond moet nu leren dat hij iets moet dóen om u dat gebaar te laten maken. U kiest daarvoor een bepaald gedrag uit dat de hond zal vertonen. Hij gaat bijvoorbeeld toevallig zitten. U maakt het oké-gebaar en geeft wat lekkers. U wacht rustig tot hij weer gaat zitten. Dan herhaalt u de procedure. U zult merken dat uw hond al gauw in de gaten heeft dat het feit dat hij gaat zitten ervoor zorgt dat u het oké-gebaar maakt en hij daarna wat lekkers krijgt. Hij gaat daarom nadrukkelijk zitten en kijkt u verwachtingsvol aan. Dat is het moment waarop hij snapt hoe het werkt. Vervolgens verhoogt u uw norm: u wilt dat de hond dichter bij u komt zitten, of rechter voor u, of meer echt ronduit gaat zitten. U maakt de keuze. Uw hond gaat weer zitten en kijkt u aan, maar u doet niets. Hij schuifelt wat heen en weer en is in verwarring. 'Waar blijft mijn oké-gebaar? Ik zit toch! Zie je niet dat ik zit?' Hij gaat extra stevig zitten. Of gaat dichterbij zitten. Pas op het moment dat hij doet wat u had bedacht, geeft u hem het oké-gebaar. Zo leert hij dat hij iets speciaals moet doen om u dat gebaar te laten maken. Als hij dat snapt, heeft u het gebaar geconditioneerd tot een krachtig positief signaal. Het betekent net zoveel voor deze dove hond als een 'braaf' voor een horende hond.
Voor elke opdracht een gebaar
Zodra uw hond het gebaar voor braaf heeft begrepen, is het moment aangebroken hem speciale gebaren te leren herkennen als een opdracht, een commando. Neem bijvoorbeeld 'zit'. Hiervoor kunt u heel makkelijk het volgende gebaar gebruiken: houd uw rechterhand voor u, met de handpalm naar boven. Beweeg uw wijsvinger en middenvinger in een snel gebaar naar uw lichaam toe. Oefen het een paar keer, zodat u vertrouwd wordt met het gebaar. Wacht nu tot de hond gaat zitten en maak vlak voordat hij zit dit gebaar. Gaat hij zitten, maak dan het oké-gebaar en geef wat lekkers. Vanaf dit moment maakt u géén oké-gebaar meer als uw hond uit zichzelf gaat zitten. Hij moet leren dat het oké-gebaar alleen nog maar komt als hij reageert op uw 'zit-gebaar'. Zo leert u uw dove hond te 'luisteren', net zo goed als een horende hond. Wanneer uw hond dit gebaar beheerst, gaat u een ander gebaar intrainen. 'Af' bijvoorbeeld. Daartoe maakt u met uw rechterhand een neerwaartse beweging. Bouw eerst de oefening op zonder gebaar door te wachten totdat uw hond toevallig gaat liggen. Maak dan het oké-gebaar en geef hem wat lekkers. Nu zal uw hond steeds af gaan liggen om dat oké-gebaar van u te krijgen. Als u zeker bent dat hij begrijpt dat het 'af' naar een oké-gebaar leidt, gaat u er weer het signaal met uw hand aan plakken. Vanaf dat moment beloont u uw hond niet meer als hij uit zichzelf gaat liggen, u geeft alleen nog maar 'oké' nadat hij op uw neerwaartse handgebaar 'af' gaat.
U kunt gerust uw handgebaren ondersteunen door ook met uw mond een opdracht te geven. Dat voelt voor ons mensen gewoon veel natuurlijker aan dan niets te zeggen en bovendien leert uw hond toch ook aan de bewegingen van uw mond te herkennen wat u van hem vraagt. Hoe expressiever uw gezicht is, hoe beter.
Verzin een gebaar voor zijn naam
Natuurlijk lukken deze oefeningen alleen als uw hond goed op u let, maar het hoort tot de natuur van een hond om de bewegingen en mimiek van zijn roedelleider nauwkeurig in de gaten te houden. U kunt eventueel ook een speciaal gebaar gaan gebruiken dat voor uw hond net zoveel gaat betekenen als 'let op', net zoals een horende hond wordt geroepen bij zijn naam. Maak daartoe in eerste instantie een heel duidelijk en breed gebaar (bijvoorbeeld een naar buiten draaiende cirkel met beide armen) op alle momenten dat u iets met de hond wil gaan doen. Maak dat gebaar vooral als u de hond mee 'uit' neemt. U zult verbaasd staan hoe snel hij oppikt dat zo'n gebaar betekent dat hij op moet letten omdat er iets leuks tussen u samen staat te gebeuren.
Het is heel belangrijk dat u de gebaren heel goed met het hele gezin doorneemt, zodat daarover geen verwarring kan ontstaan. Laat één persoon met de hond te oefenen. De rest mag pas gebarentaal gebruiken als de hond dat gebaar heel goed heeft geleerd en als u er zeker van bent dat het gebaar correct wordt gebruikt.
Resumerend: Het leven met een dove hond hoeft geen beperkingen te kennen als u heel bewust met gebarentaal omgaat. U kunt zelf uw gebaren kiezen, mits u zorgt dat het hele gezin zich aan dezelfde gebaren houdt. Het oké-gebaar is synoniem met 'braaf' en is de sleutel tot het succes. In plaats van dit oké-gebaar kunt u ook gebruik maken van een lichtsignaal. In de loop van de tijd kunnen de signalen steeds minder breed worden gemaakt; ze kunnen zelfs zo summier worden dat een buitenstaander ze niet eens opmerkt.
Succes gewenst
Groetjes
Toshi