Ik heb een ochtendhond. Geen goede combinatie met een avondmens als ik. Helemaal geen goede combinatie.
Om 6u15 lig ik nog heerlijk te slapen. En te dromen van pups die aan alles knagen. Op het forum zoek ik op wat je daar allemaal aan kunt doen. Ik blijf een knagende pup horen en schiet wakker in het besef waar dat geluid vandaan komt.
Dus wijs ik de pup terecht en zet hem op de mat waar hij op dat uur hoort. Een ritueel wat ik een paar seconden later zuchtend mag herhalen. En een paar seconden later nog eens.
Ik win.
Even toch.
Want wat later word ik weer wakker van een knagende pup. Kreundend draai ik me om en zie op de wijzer van mijn wekker dat hij een volle 20 minuten te vroeg is. 20 minuten! 20 minuten waarin ik nog heerlijk had kunnen liggen slapen. 20 minuten waarin ik een beetje slaap had kunnen halen van de 2 keer die ik vannacht heb moeten opstaan om het heerschap even buiten te laten.
Dus herhaal ik het ritueel: wijs de pup terecht en zet hem waar hij naar mijn mening op dit moment hoort te liggen ronken.
Naar mijn mening. Niet die van de pup.
Na de zoveelste keer begrijpt meneertje de boodschap en blijft netjes op zijn matje. Aan slapen hoef ik echter nog steeds niet de denken: vrolijk rolt meneertje heen en weer op zijn rug, zijn pootjes spartelend in de lucht.
Achter het dikke, donkere, laaghangende wolkendek begint een flauw zonnetje te priemen. Ik moet mezelf vermannen om de pup streng toe te kunnen spreken.
Een halve seconde later ontdekt het mannetje een zwarte slang die hij echt achterna zitten moet, razendsnel rondjes om zijn eigen as draaiend. Het flauwe zonnetje wint wat aan kracht, maar ik wil toch echt nog wat slapen.
Vervolgens volgt een aanval op mijn dekens. En op mijn bed.
Wanneer het mannetje besluit zijn mat dan maar tot aan het gewenste knaagobject te sleuren, heb ik er genoeg van. En zet mijn lichtwekker uit, mijn lichtwekker waarmee ik zalig langzaampjesaan wakker word. Een ontgoochelde pup uit jankend en morrend zijn protest, alvorens hij mokkend besluit dan maar nog een tukje te doen. Oef!
Luttele minuten later loopt een jengelende wekker af. En kijk ik slechtgehumeurd "Bah! Opstaan!" in het verheugde "Joepie! Opstaan!" snoetje van de ochtendhond.
Die ochtendhond schiet meteen in volle actie. Duikt bovenop het alle richtingen uitvliegend speelgoed, hangt te slingeren aan alles waaraan hij niet hoort te slingeren, knaagt aan alles waaraan hij niet hoort te knagen en springt enthousiast tegen de avondmens aan, speels, maar niet minder volhardend, in handen, voeten en pyama bijtend. Alles om maar wat actie in het slome mens te krijgen.
Hierbij deskundig het rustige ontbijt van de nog lang niet wakkere avondmens vergallend.
Een rustig ontbijt is echter wel wat moeite waard. Dus heeft het mens zuchtend bedacht om maar meteen na het opstaan aan het wandelen te slaan.
Onderweg van badkamer naar voordeur, brom ik tegen mijn vader dat ik nooit meer een ochtendhond neem. En dat ik zo terug verlang naar mijn oude hondje met wie ik, gezellig zij aan zij, heerlijk uitslapen kon.
Op mijn: "Wie er mee gaat wandelen?" stormt het manneke enthousiast op me af en hangt meteen te slingeren in de leiband, hiermee vakkundig een grote, dikke, zwarte wolk wegblazend.
Met het ding nog in zijn mond huppelt hij vervolgens opgetogen vooruit, het nog humeurige baasje erachteraan.
Eenmaal op straat besluit hij dat dit gevierd moet worden en zet een reeks vreugderondjes in. Waarbij hij recht in een bosje struiken stuift en vervolgens verbaasd tot stilstand gebracht wordt door de erin verwarde leiband. Nog een wolk verdwijnt.
Wat verder ziet het manneke een snipper papier waar hij enthousiast bovenop duikt en vervolgens huppelend mee vooruit spurt: er wild mee heen en weer schuddend, het kopje hoog in de lucht. Een paar meter verder laat hij het snippertje achteloos vallen en vervangt het door een veel interessanter takje. Wat op zijn beurt even later weer vervangen wordt door een ronddwarrelend blaadje.
Met elk sprongetje en elk sprintje wordt een dikke, zwarte wolk weggeblazen.
Terug op de oprit zet meneertje er de noodrem op. Nog niet moe en niet van zins zijn stokje af te geven waarvan hij weet dat het niet mee naar binnen mag.
Helaas pindakaas: we gaan toch echt naar binnen.
Bij de voordeur ligt nog een stukje plastic van de vorige dag te wachten. Verheugd duikt het manneke er bovenop, zijn zo kort voorheen nog zo dierbare stokje vergeten op de grond achterlatend. Voor baasje iets kan zeggen of doen, spurt hij de voordeur binnen.
Helemaal opgetogen met het wandelingetje en zijn trofee spurt hij op volle snelheid rondjes van de gang naar de garage en weer terug, gevolgd door al even enthousiaste rondjes van de keuken naar de living, zijn trofee nog steeds tussen zijn kaken. Bij mij breekt de zon definitief door in een volle schaterlach.
Met nog slechts een paar schapenwolkjes in haar hoofd begint het niet-meer-zo-overtuigde-avondmens aan haar nu aangenaam rustige ontbijt.
En zegt opgewekt tegen de vader: "dat een ochtendhond een goede combinatie is met een avondmens". Een hele goede.



3 doggies














