Je kunt de HondenPage helpen met een link op jouw site. Klik hier.

Zoeken:

Login

Je bent niet ingelogd

Naam:

Wachtwoord:

Opties

-geschiedenis

Zwitserse Witte Herder

De mening van de bezoeker

Geef jouw mening !
Hoogte: middelgroot
Kindvriendelijk:
Gehoorzaam:
Kan goed alleen zijn:
Heeft veel beweging nodig:
Is sociaal:

Foto's van bezoekers

Zwitserse Witte Herder

Sleutelwoorden van dit artikel

aangezet achteren boven breed gehoekt gespierd gezien herder krachtig langer lichaam licht middellang opzij poten recht staand witte zwart zwitserland

Zwitserse Witte Herder Video's

Zwitserse Witte Herder video
Zwitserse Witte Herder video
Zwitserse Witte Herder video
Zwitserse Witte Herder video

tip: Je kunt de text aanpassen of een foto toevoegen

Korte geschiedenis van het ras

In Amerika en Canada kon de witte herder zich als zelfstandig ras ontwikkelen uit zijn duitse herder voorouders waaruit hij werd verstoten. In het begin van de 70er jaren werden de eerste witte herders in Zwitserland geimporteerd. De Amerikaanse reu Lobo, geboren op 5 maart 1966, kan als de stamvader van het ras in Zwitserland worden gezien. Uit de fok met deze in Zwitserland geregistreerde reu en andere geimporteerde honden uit de Verenigde Staten en Canada werd de Witte Herder verder over geheel Europe verspreid, waar ze tegenwoordig, reeds generaties zuiver worden gefokt, in grote getalen worden vertegenwoordigd. Het daarom dat ze sinds juni 1991 in Zwitserland als nieuw ras in het voorlopige register(SHSB) werden geregistreerd en uiteindelijk vanaf 1 januari 2003 door de FCI worden erkend en geregistreerd.
Rasbeschrijving

De White Swiss Shepherd dog of Berger Blanc Suisse is een krachtige, goedgespierde, middelgrote stok- of langstokharige herdershond met staande oren, rechthoekig formaat, van middelzware bouw en met elegante, harmonisch vloeiende belijning.

Deze Herder is een familie- en gebruikhond met uitgesproken "kinderliefde", oplettende waker, opgewekte en gemakkelijk lerende hond.



Hoofd: Krachtig, droog en adellijk gevormd, in natuurlijke verhouding tot het lichaam staand. Van boven en van opzij gezien wigvormig tot de neus toe smaller wordend.

Bovenschedel: Slechts weinig gewelfd, duidelijke doch zacht verlopende stop, schedel en neusrug in evenwijdige lijn staand, aangeduide middengroef.



Snuit Krachtig en middellang, niet langer dan de schedel

Neus: Normaal gevormd, middelgroot, zwart gewenst, wisselneus word getolereerd.

Lippen: Strak, droog, goed gesloten en zwart.

Gebit: Sterk, volledig schaargebit waarbij de tanden loodrecht in de kaak moeten staan. De gebitshelften schuiven over elkaar als de delen van een schaar.

Ogen: Middelgroot, amandelvormig, licht schuinliggend, zwart omrand en zo donker mogelijk (donkerbruin tot zwart). De uitdrukking is waakzaam en intelligent tevens helder en levendig.

Oren: (Middel)groot, hoog aangezet, goed rechtop gedragen, evenwijdig aan elkaar naar voren gericht, staand in de vorm van een langwerpige, van boven licht afgeronde driehoek.

Hals: Middellang en goed gespierd, breed aan het lichaam aangezet, geen keelhuidvorming; de elegant gewelfde neklijn loopt onafgebroken vanaf de matig hoog gedragen kop tot de schoft, de keellijn vloeiend tot het borstbeen.



Romp: Krachtig, gespierd, middellang.

Borst: Niet te breed, diep ca. de helft van de schofthoogte, tot de ellebogen reikend; ovale, ver naar achteren reikende borstkas, duidelijke voorborst.

Schoft: Vloeiend in hals en rug overgaand.

Rug: Recht en horizontaal, sterk gespierd.

Croupe: Lang en van middelmatige breedte, aanzet bij benadering horizontaal, vervolgens naar achteren langzaam afhellend.

Buik/flanken: Slanke, strakke flanken; de buiklijn loopt licht naar boven.

Staart: Rondom vol behaarde sabelstaart, naar de punt toe smaller wordend; liefst diep aangezet, tenminste tot het spronggewricht reikend, in rust sabelvormig hangend, in de beweging hoger, maar nooit boven de ruglijn.



Ledematen: Krachtig, gespierd, middelzwaar.

Voorhand: Van voren gezien recht; matig brede stand; van opzij gezien goed gehoekt, goed aansluitende ellebogen.

Onderarm: Lang, recht, pezig.

Middenvoorvoet: Stevig, licht schuingezet.

Achterhand: Van achteren gezien recht en evenwijdig, niet te breed staand, van opzij gezien voldoende gehoekt.

Bovendijbeen: Middellang met sterke bespiering.

Onderdijbeen: Middellang, schuinstaand met stevige botten en goede bespiering.

Spronggewricht: Krachtig, goed gehoekt.

Middenachtervoet: Middellang, recht, pezig, eventuele wolfsklauwtjes moeten verwijderd zijn.

Poten: Ovaal, achter iets langer dan voor; tenen dicht sluitend en goed gewelfd; stevige, zwarte voetballen; donkere nagels gewenst.



Beharing: Stok- of langstokhaar, dicht tegen het lichaam aanliggend; rijke wollige ondervacht overdekt met stugge haren; bek, snuit, oren en poten zijn korter, de nek en achterzijde poten iets langer behaard; licht golvend, hard haar is toegestaan.

Huid: Glad op de spieren liggend, donker gepigmenteerd, geen rimpelvorming.

Kleur: Wit.

Schofthoogte: reu 60-66 cm, teef 55-61 cm.

Gewicht: reu 30-40 kg, teef 25-35 kg.

Meer weten over de Zwitserse Witte Herder ?

> Heb je nog vragen over (fokkers van) de Zwitserse Witte Herder? Kijk dan in het hondenforum
> Zoek je een fokker ? Kijk dan eens op de fokker pagina
> Zoek je een nestje puppy's van de Zwitserse Witte Herder? Kijk dan eens op de puppy pagina