Doby is de man van de hele daden. Als je iets doet, doe je het goed.
Als je speelt, doe je dat dus met volle overgave (lees: nogal aan de wilde kant). Als je tegenwerkt doe je dat ook vol overgave. En als je slaapt, doe je dat met dezelfde overgave (lees: luidruchtig).
Geen halve daden voor deze man.
Zo ook een weekje geleden. Ik spreek met Celine en Kenai af om een rondje te doen rond een plas hier in de buurt.
Het is een diepe plas. Een grote plas. Het soort plas dat achtergelaten wordt na een zandafgraving voor een op- of afrit van een autostrade. Het soort plas dat daarna gretig gebruikt wordt door watersporters. En het soort plas dat steile oevers heeft, deze dan nog met betonnen platen afgezet.
Ik vraag me even af of het wel verstandig is om daar af te spreken. Het is niet de bedoeling dat de kleine man daarin duikt, vervolgens de schrik van zijn leven opdoet en nooit van geen water meer weten moet.
Maar ach, hij loopt nog steeds met een wijde boog om alle plassen heen en vindt beken nog steeds eng (die ene keer was blijkbaar toch per ongeluk). En ach, hij luistert toch goed? Als ik hem nu maar gewoon een beetje in de gaten houd.
Dus daar gaan we. Eerst moet er natuurlijk een beetje gespeeld worden. Dan doen we een klein rondje, het tongetje nog uit de mond van al dat gespeel. Toen had ik het eigenlijk al moeten weten. Want duikt hij niet vooral in vogelbadjes als hij het warm heeft?
Maar ach, die kleine Doby luistert zo goed. En zo'n grote plas is een heel verschil bij die vogelbadjes.
We wandelen dus voort, ondertussen gezellig kletsend. Plots bedenkt Kenai dat een beetje water wel zou smaken en daar verdwijnt haar kont achter de hoge oever, erachter een zwart kontje. Met een naar voorgevoel roep ik nog, maar nee, dat vriendinnetje is veel te interessant. Doby is weg en blijft weg.
Voor alle zekerheid spurt ik naar de oever, kijk naar beneden en zie daar een elegant, rustig drinkend hondje.
Een meter verder hangt een pup spartelend langs de oever, zijn snoetje niet begrijpend waar die bodem nou naartoe is en waarom die oever zo glad is. Baasje dus ook maar oever af om haar plots toch watergekke pup te redden.
Oh jee, straks is het zover, heb ik nu een labrador die van zijn leven nooit meer het water in wil.
Hij ziet er gelukkig niet bang uit, alleen niet begrijpend. Laten we maar hopen op het beste.
Een eindje verder lopen we langs een bootje op het droge. Er ligt water in. Snel grijp ik mijn kans, ik moet toch weten of er nog ooit een watercarrière inzit. En moet je na een schrik niet meteen terug de koe bij de horens vatten?
Dus ik pluk het mannetje van de grond en zet hem in de boot. Nou ja, dat was het plan: het mannetje heeft daar namelijk geen zin in en worstelt uit alle macht tegen. Zie je wel, daar heb je het al. Zijn watercarrière verwoest nog voor die goed en wel begonnen is.
Uiteindelijk lukt het me toch hem erin te krijgen en ontdekt het mannetje dat hij in een mega vogelbadje terecht is gekomen. Dat moet gevierd worden! Vrolijk spettert hij heen en weer. Oef!!!
Dat hij me helemaal onderspettert, neem ik er graag bij. Celine is zo verstandig wat meer afstand te houden, maar staat net zozeer te schateren.
Héhé, er is toch nog hoop!
Eénmaal terug thuis, bedenk ik dat ik toch maar niet te lang meer zal wachten met die zwemlessen. Als die man van me van plan blijft om, ook wat water betreft, halve daden over te slaan en meteen voor het echte ding te gaan, is dat misschien wel zo veilig.
Vandaag, iets meer dan een week later, is daar nog niet veel van in huis gekomen (nog wat koud, voor mij dan...), maar besluit hij plots dat halve daden misschien nog zo slecht niet zijn.
En springt voor het eerst vrijwillig in een modderplas. Dobygewijs doet hij dat niet meteen op de meest rustige manier; ook halve daden kun je best op een hele manier doen.
Sneller dan gepland is hij terug uit de plas. Zo'n modderplas is namelijk nogal aan de gladde kant, de Dobybenadering is daar niet ideaal voor. Glijdend zoeft hij de hele plas door.
Die Doby van me, het is echt niet de man van de halve daden.



3 doggies







